Art. 4 Verordening (EU) 2017/460, Transmissie- en niet-transmissiediensten en -tarieven
1. Een bepaalde dienst wordt als een transmissiedienst beschouwd wanneer aan elk van de volgende criteria is voldaan:
a) de kosten van een dergelijke dienst ontstaan door de kostenfactoren van zowel technische of voorspelde gecontracteerde capaciteit als afstand;
b) de kosten van een dergelijke dienst houden verband met de investeringen in en exploitatie van de infrastructuur die deel uitmaakt van de gereguleerde activawaarde gebruikt voor de levering van transmissiediensten.
Indien niet aan een van de onder a) en b) vastgestelde criteria is voldaan, kan een bepaalde dienst worden gerekend tot hetzij transmissie-, hetzij niet-transmissiediensten, afhankelijk van de resultaten van de periodieke raadpleging door de transmissiesysteembeheerder(s) of de nationale regulerende instantie en het besluit van de nationale regulerende instantie, zoals vastgesteld in de artikelen 26 en 27.
2. Transmissietarieven kunnen zodanig worden vastgesteld dat zij rekening houden met de voorwaarden voor vastecapaciteitsproducten.
3. De inkomsten uit transmissiediensten worden geïnd via op capaciteit gebaseerde transmissietarieven.
Mits goedkeuring van de nationale regulerende instantie kan een deel van de inkomsten uit transmissiediensten bij wijze van uitzondering enkel worden geïnd via de volgende commoditygebaseerde transmissietarieven die afzonderlijk van elkaar worden vastgesteld:
a) een op de stroom gebaseerde heffing, die aan elk van de volgende criteria voldoet:
i) geheven ter dekking van de kosten die voornamelijk voortvloeien uit de hoeveelheid van de gasstroom;
ii) berekend op basis van de voorspelde of historische stromen, of beide, en zodanig vastgesteld dat zij hetzelfde is bij alle entrypunten en hetzelfde is bij alle exitpunten;
iii) uitgedrukt in monetaire termen of in natura;
b) een aanvullende heffing voor de inning van inkomsten, die aan elk van de volgende criteria voldoet:
i) geheven voor het beheer van onder- en overinkomsten;
ii) berekend op basis van voorspelde of historische capaciteitstoewijzingen en stromen, of beide;
iii) toegepast op andere punten dan interconnectiepunten;
iv) toegepast nadat de nationale regulerende instantie een beoordeling heeft verricht van de kostenreflectiviteit en de impact op kruissubsidiëring tussen interconnectiepunten en andere punten dan interconnectiepunten.
4. De inkomsten uit niet-transmissiediensten worden geïnd via niet-transmissietarieven die gelden voor een bepaalde niet-transmissiedienst. Deze tarieven zijn als volgt:
a) kostenreflectief, niet-discriminerend, objectief en transparant;
b) aangerekend aan de begunstigden van een bepaalde niet-transmissiedienst met de bedoeling kruissubsidiëring tussen netgebruikers binnen of buiten een lidstaat, of beide, te minimaliseren.
Indien volgens de nationale regulerende instantie een bepaalde niet-transmissiedienst alle netgebruikers ten goede komt, worden de kosten voor een dergelijke dienst bij alle netgebruikers geïnd.