Art. 3 Verordening (EU) 2017/459, Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 715/2009, artikel 3 van Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie (6) en artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG en wordt verstaan onder:
1. „incrementele capaciteit”: mogelijke toekomstige toename via marktgebaseerde procedures van de technische capaciteit of mogelijke nieuwe capaciteit die wordt gecreëerd wanneer momenteel geen capaciteit bestaat die kan worden aangeboden op basis van investeringen in fysieke infrastructuur of optimalisering van de capaciteit op lange termijn, en die vervolgens wordt toegewezen bij een positief resultaat van een economische test, in de onderstaande gevallen:
a) in bestaande interconnectiepunten;
b) door een nieuw interconnectiepunt of nieuwe interconnectiepunten op te zetten;
c) als fysieke reverse flow-capaciteit op één of meer interconnectiepunten die nog niet eerder is aangeboden;
2. „interconnectiepunt”: fysiek of virtueel punt dat aangrenzende entry/exit-systemen met elkaar verbindt of dat een entry/exit-systeem verbindt met een interconnector, voor zover voor deze punten boekingsprocedures voor netgebruikers gelden;
3. „alternatief toewijzingsmechanisme”: toewijzingsmechanisme voor capaciteit op aanbodniveau of incrementele capaciteit dat door transmissiesysteembeheerders per geval wordt opgezet en door de nationale regulerende instanties wordt goedgekeurd om tegemoet te komen aan vraagverzoeken waaraan voorwaarden zijn verbonden;
4. „standaard capaciteitsproduct”: een bepaalde hoeveelheid transportcapaciteit binnen een gegeven tijdsperiode op een bepaald interconnectiepunt;
5. „aanbodniveau”: som van de beschikbare capaciteit en het respectievelijke niveau van de incrementele capaciteit dat wordt aangeboden voor elk van de jaarlijkse standaard capaciteitsproducten op een interconnectiepunt;
6. „impliciete toewijzingsmethode”: toewijzingsmethode waarbij, eventueel door middel van een veiling, tegelijkertijd zowel transmissiecapaciteit als een dienovereenkomstige hoeveelheid gas wordt toegewezen;
7. „biedronde”: tijdsperiode waarin netgebruikers biedingen kunnen uitbrengen, wijzigen of intrekken;
8. „grote prijsstap”: vast of variabel bedrag dat is vastgesteld per interconnectiepunt en standaard capaciteitsproduct;
9. „incrementele-capaciteitsproject”: project dat erop is gericht de hoeveelheid technische capaciteit op een bestaand interconnectiepunt te verhogen of een nieuw interconnectiepunt op te zetten op basis van capaciteitstoewijzing in het voorafgaande incrementele-capaciteitsproces;
10. „economische test”: test die wordt toegepast om de economische levensvatbaarheid van incrementele-capaciteitsprojecten te beoordelen;
11. „incrementele-capaciteitsproces”: proces ter beoordeling van de marktvraag naar incrementele capaciteit dat een niet-bindende fase omvat waarin netgebruikers hun vraag naar incrementele capaciteit kenbaar maken en kwantificeren, alsmede een bindende fase waarin één of meer transmissiesysteembeheerders de netgebruikers verzoeken om bindende verbintenissen inzake het inkopen van capaciteit aan te gaan;
12. „gebundelde capaciteit”: op vaste basis aangeboden standaard capaciteitsproduct met bijbehorende entry- en exitcapaciteit aan beide zijden van elk interconnectiepunt;
13. „interconnectieovereenkomst”: overeenkomst die is aangegaan door aangrenzende transmissiesysteembeheerders waarvan de systemen onderling gekoppeld zijn op een specifiek interconnectiepunt, waarin de voorwaarden, operationele procedures en bepalingen met betrekking tot de levering en/of het onttrekken van gas op het interconnectiepunt nader worden bepaald met het doel een efficiënte interoperabiliteit van de onderling gekoppelde transmissienetten te vergemakkelijken, zoals vastgesteld in hoofdstuk II van Verordening (EU) 2015/703;
14. „concurrerende capaciteiten”: capaciteiten waarvoor de beschikbare capaciteit op één punt van het net niet kan worden toegewezen zonder de beschikbare capaciteit op een ander punt van het net geheel of gedeeltelijk te verminderen;
15. „veilingkalender”: tabel met informatie met betrekking tot specifieke veilingen die in januari van elk kalenderjaar door ENTSB-G wordt gepubliceerd voor veilingen die plaatsvinden in de periode van maart tot en met februari van het volgende kalenderjaar en die bestaat uit alle relevante tijdschema's voor veilingen, inclusief de begindatums en de standaard capaciteitsproducten waarvoor zij gelden;
16. „gasdag”: periode van 5:00 tot 5:00 UTC de volgende dag voor de wintertijd en van 4:00 tot 4:00 UTC de volgende dag wanneer de zomertijd wordt gebruikt;
17. „within-daycapaciteit”: de capaciteit die wordt aangeboden en toegewezen na sluiting van de veilingen van de day-aheadcapaciteit wat die dag betreft;
18. „veiling bij opbod”: veiling waarbij een netgebruiker gevraagde hoeveelheden plaatst tegen bepaalde prijsstappen die sequentieel worden aangekondigd;
19. „uniforme-prijsveiling”: veiling waarbij de netgebruiker in één biedronde zowel een prijs als een hoeveelheid aanbiedt en alle netgebruikers die erin zijn geslaagd capaciteit te verkrijgen de prijs van de laagste succesvolle bieding betalen;
20. „reserveringsprijs”: de in aanmerking komende bodemprijs in de veiling;
21. „kleine prijsstap”: vast of variabel bedrag dat is vastgesteld per interconnectiepunt en standaard capaciteitsproduct, en dat kleiner is dan de grote prijsstap;
22. „eerste onderbieding”: gebeurtenis waarbij de geaggregeerde vraag van alle netgebruikers kleiner is dan de capaciteit die wordt aangeboden aan het einde van de tweede biedronde of een daaropvolgende biedronde;
23. „virtueel interconnectiepunt”: twee of meer interconnectiepunten die dezelfde twee aangrenzende entry/exit-systemen verbinden en die zijn geïntegreerd met het doel één enkele capaciteitsdienst te leveren;
24. „f-factor”: aandeel van de momentele waarde van de geraamde toename van de toegestane of beoogde inkomsten van de transmissiesysteembeheerder die verband houden met de incrementele capaciteit die deel uitmaakt van het respectievelijke aanbodniveau overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder b), dat wordt gedekt door de momentele waarde van de bindende verbintenissen van netgebruikers betreffende het inkopen van capaciteit, berekend overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder a);
25. „overnominatie”: het recht van netgebruikers die voldoen aan de minimumeisen voor het indienen van nominaties om afschakelbare capaciteit op elk tijdstip binnen de dag aan te vragen door een nominatie in te dienen die het totaal van hun nominaties verhoogt tot een niveau dat hoger ligt dan de door hen gecontracteerde capaciteit.