Art. 8 Verordening (EU) 2017/459, Toewijzingsmethodologie

Verordening (EU) 2017/459

1. Voor de toewijzing van capaciteit op interconnectiepunten worden veilingen gebruikt, behalve wanneer de alternatieve toewijzingsmethodologie overeenkomstig artikel 30 wordt toegepast.

2. Voor alle interconnectiepunten wordt dezelfde veilingopzet toegepast. Het desbetreffende veilingproces start gelijktijdig voor alle betrokken interconnectiepunten. In elk veilingproces dat betrekking heeft op één standaard capaciteitsproduct wordt capaciteit toegewezen onafhankelijk van elk ander veilingproces, behalve wanneer incrementele capaciteit wordt aangeboden of, afhankelijk van het akkoord van de direct betrokken transmissiesysteembeheerders en de goedkeuring van de relevante nationale regulerende instanties, concurrerende capaciteit wordt toegewezen. De nationale regulerende instantie van elke aangrenzende en betrokken lidstaat kan een standpunt kenbaar maken dat de desbetreffende nationale regulerende instantie in overweging neemt. Indien incrementele capaciteit wordt aangeboden, is de onafhankelijke toewijzing niet van toepassing op de gelijktijdige veilingprocessen voor de respectievelijke aanbodniveaus, aangezien deze van elkaar afhankelijk zijn en slechts één aanbodniveau kan worden toegewezen.

3. Veilingen voor standaard capaciteitsproducten volgen een logische volgorde waarin producten die betrekking hebben op jaarlijkse capaciteit het eerst worden aangeboden, gevolgd door het product met de volgende kortste duur voor gebruik gedurende dezelfde periode. De in de artikelen 11 tot en met 15 uiteengezette timing van de veilingen is in overeenstemming met dit beginsel.

4. De regels betreffende standaard capaciteitsproducten, als uiteengezet in artikel 9, en betreffende veilingen, als uiteengezet in de artikelen 11 tot en met 15, zijn van toepassing op gebundelde capaciteit en ongebundelde capaciteit op een interconnectiepunt.

5. Voor een bepaalde veiling wordt de beschikbaarheid van de relevante standaard capaciteitsproducten meegedeeld overeenkomstig de artikelen 11 tot en met 15 en overeenkomstig de veilingkalender.

6. Een hoeveelheid van minimaal 20 % van de bestaande technische capaciteit op elk interconnectiepunt wordt gereserveerd en overeenkomstig lid 7 aangeboden. Als de beschikbare capaciteit kleiner is dan het te reserveren deel van de technische capaciteit, wordt het geheel van alle technische capaciteit gereserveerd. Deze capaciteit wordt aangeboden overeenkomstig lid 7, onder b), terwijl alle resterende gereserveerde capaciteit wordt aangeboden overeenkomstig lid 7, onder a).

7. Alle capaciteit die overeenkomstig lid 6 is gereserveerd, wordt aangeboden met inachtneming van de volgende bepalingen:

a) een hoeveelheid van minimaal 10 % van de bestaande technische capaciteit op elk interconnectiepunt wordt niet vroeger aangeboden dan op de in artikel 11 bedoelde jaarlijkse jaarcapaciteitsveiling die overeenkomstig de veilingkalender wordt gehouden gedurende het vijfde gasjaar voorafgaand aan de start van het desbetreffende gasjaar, en

b) een verdere hoeveelheid van minimaal 10 % van de bestaande technische capaciteit op elk interconnectiepunt wordt als eerste aangeboden niet eerder dan op de in artikel 12 bedoelde jaarlijkse kwartaalcapaciteitsveiling die overeenkomstig de veilingkalender wordt gehouden gedurende het gasjaar voorafgaand aan de start van het desbetreffende gasjaar.

8. In het geval van incrementele capaciteit wordt een hoeveelheid van minimaal 10 % van de bestaande technische capaciteit op het betrokken interconnectiepunt gereserveerd en niet vroeger aangeboden dan op de in artikel 12 bedoelde jaarlijkse kwartaalcapaciteitsveiling die overeenkomstig de veilingkalender wordt gehouden gedurende het gasjaar voorafgaand aan de start van het desbetreffende gasjaar.

9. Het exacte aandeel van de overeenkomstig de leden 6 en 8 gereserveerde capaciteit wordt bepaald na raadpleging van de belanghebbenden, overeenstemming tussen de transmissiesysteembeheerders en goedkeuring door de nationale regulerende instanties voor elk interconnectiepunt. De nationale regulerende instanties overwegen met name om een groter aandeel van de capaciteit voor een kortere duur te reserveren teneinde afscherming van downstream-leveranciersmarkten te voorkomen.

10. Door middel van niet-marktgebaseerde procedures gecreëerde capaciteit waarvoor het definitieve investeringsbesluit is genomen zonder voorafgaande verbintenissen door de netgebruikers, wordt aangeboden en toegewezen als in deze verordening omschreven beschikbare standaard capaciteitsproducten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen