Art. 83 Verordening (EU) 2016/2031, Inhoud en vorm van het plantenpaspoort
1. Het plantenpaspoort heeft de vorm van een apart etiket dat wordt aangebracht op een ondergrond die geschikt is om de in lid 2 bedoelde elementen op af te drukken, op voorwaarde dat het plantenpaspoort duidelijk te onderscheiden is van andere informatie of andere etiketten die ook op die ondergrond kunnen worden aangebracht.
Het plantenpaspoort is gemakkelijk zichtbaar en duidelijk leesbaar, en de informatie erop is onveranderbaar en duurzaam.
2. Het plantenpaspoort voor het verkeer binnen het grondgebied van de Unie bevat de in bijlage VII, deel A, beschreven gegevens.
In afwijking op punt 1, onder e), van deel A van bijlage VII is de traceerbaarheidscode niet vereist indien voor opplant bestemde planten aan elk van de volgende voorwaarden voldoen:
a) ze zijn op zodanige wijze klaargemaakt dat zij zonder verdere voorbereiding klaar zijn voor verkoop aan eindgebruikers, en er bestaat geen risico op verspreiding van EU-quarantaineorganismen of plaagorganismen waarvoor krachtens artikel 30, lid 1, vastgestelde maatregelen gelden;
b) zij behoren niet tot de categorieën of soorten die worden vermeld in een in lid 3 van dit artikel bepaalde uitvoeringshandeling.
3. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de types en soorten van voor opplant bestemde planten vast voor welke de in lid 2 bedoelde vrijstelling niet geldt. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
4. Het plantenpaspoort voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen een beschermd gebied bevat de in bijlage VII, deel B, beschreven gegevens.
5. In het geval van voor opplant bestemde planten die zijn geproduceerd of op de markt worden aangeboden als prebasismateriaal, basismateriaal of gecertificeerd materiaal of prebasis-, basis- of gecertificeerd zaaigoed of pootaardappelen, zoals bedoeld in, respectievelijk, de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 2002/54/EG, 2002/55/EG, 2002/56/EG, 2002/57/EG en 2008/90/EG, wordt het plantenpaspoort afzonderlijk opgenomen in het officiële etiket, dat wordt geproduceerd overeenkomstig de betrokken bepalingen van die richtlijnen.
Indien dit lid van toepassing is, bevat het plantenpaspoort voor het verkeer binnen het grondgebied van de Unie de in bijlage VII, deel C, van deze verordening beschreven gegevens.
Indien dit lid van toepassing is, bevat het plantenpaspoort voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen een beschermd gebied de in bijlage VII, deel D, van deze verordening beschreven gegevens.
6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 105 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VII, delen A, B, C en D, om de gegevens daarin waar nodig aan te passen aan de voortschrijdende wetenschappelijke en technische kennis.
7. Uiterlijk op 14 december 2017 stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de vormvoorschriften vast voor het plantenpaspoort voor het verkeer binnen het grondgebied van de Unie en het plantenpaspoort voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen een beschermd gebied, wat betreft de plantenpaspoorten zoals bedoeld in lid 2, eerste en tweede alinea, en in lid 5, tweede en derde alinea. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Indien de aard van bepaalde planten, plantaardige producten of andere materialen dit vereist, kunnen bepaalde specificaties ten aanzien van de omvang van het plantenpaspoort worden vastgesteld voor dergelijke planten, plantaardige producten of andere materialen.
8. Een plantenpaspoort kan ook in elektronische vorm worden afgegeven („elektronisch plantenpaspoort”), op voorwaarde dat het alle in lid 2 bedoelde gegevens bevat en de technische regelingen zijn bepaald bij de in de tweede alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen.
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen technische regelingen bepalen voor de afgifte van elektronische plantenpaspoorten, om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan dit artikel en om een passende, geloofwaardige en doeltreffende procedure voor de afgifte van die plantenpaspoorten te verzekeren. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.