Art. 54 Verordening (EU) 2016/1624, Samenwerking met derde landen
1. Voor de aangelegenheden die door zijn activiteiten worden bestreken en voor zover nodig voor de uitvoering van zijn taken, vergemakkelijkt en bevordert het Agentschap de technische en operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen in het kader van het beleid inzake externe betrekkingen van de Unie, onder meer wat betreft de bescherming van de grondrechten en het beginsel van non-refoulement. Het Agentschap en de lidstaten nemen het recht van de Unie in acht, met inbegrip van normen en maatstaven die tot het acquis van de Unie behoren, ook wanneer de samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvindt. Het aangaan van samenwerking met derde landen strekt tot bevordering van de Europese normen inzake grensbeheer en terugkeer.
2. Het Agentschap kan met de autoriteiten van derde landen die bevoegd zijn voor onder deze verordening vallende aangelegenheden samenwerken met de steun van en in coördinatie met de delegaties van de Unie. Wanneer het dit doet, treedt het Agentschap op in het kader van het beleid inzake externe betrekkingen van de Unie, onder meer op het gebied van de bescherming van de grondrechten en het beginsel van non-refoulement. Het treedt ook op in het kader van met deze autoriteiten gemaakte werkafspraken overeenkomstig het recht en beleid van de Unie. Deze werkafspraken bevatten een nauwkeurige beschrijving van het toepassingsgebied, de aard en de doelstelling van de samenwerking en houden verband met het beheer van de operationele samenwerking. De ontwerpafspraken worden vooraf door de Commissie goedgekeurd. Het Agentschap informeert het Europees Parlement alvorens de werkafspraken worden gemaakt. Het Agentschap neemt het Unierecht, met inbegrip van de normen en maatstaven die tot het acquis van de Unie behoren, in acht.
3. In omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vereisen, kan het Agentschap de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen inzake het beheer van de buitengrenzen coördineren. Het Agentschap kan samen met een of meer lidstaten en een derde land dat aan ten minste een van die lidstaten grenst acties aan de buitengrenzen uitvoeren, op voorwaarde dat het derde land daarmee instemt, ook op het grondgebied van dat derde land. Operaties worden uitgevoerd op basis van een operationeel plan waarmee ook de lidstaten die aan het operationele gebied grenzen, hebben ingestemd. De deelname van lidstaten aan gezamenlijke operaties op het grondgebied van derde landen is vrijwillig. De Commissie wordt van deze activiteiten in kennis gesteld.
4. In gevallen waarin de inzet wordt beoogd van teamleden in een derde land bij acties waarbij de teamleden uitvoerende bevoegdheden zullen hebben, of waarin andere acties het vereisen, sluit de Unie een statusovereenkomst met het betreffende derde land. De statusovereenkomst heeft betrekking op alle aspecten die noodzakelijk zijn om de acties uit te voeren, en omschrijft met name de reikwijdte van de operatie, civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid en de taken en bevoegdheden van de teamleden. De statusovereenkomst zorgt ervoor dat tijdens deze operaties de grondrechten volledig worden geëerbiedigd.
5. De Commissie stelt een modelstatusovereenkomst op voor acties op het grondgebied van derde landen.
6. Het Agentschap werkt met de bevoegde autoriteiten van derde landen samen op het gebied van terugkeer, waaronder het verkrijgen van reisdocumenten.
7. Het Agentschap kan, met instemming van de betrokken lidstaten, waarnemers van derde landen uitnodigen om deel te nemen aan zijn in artikel 14 bedoelde activiteiten aan de buitengrenzen, in artikel 28 bedoelde terugkeeroperaties, in artikel 33 bedoelde terugkeerinterventies en in artikel 36 bedoelde opleiding, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot een betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid van de activiteiten. De deelname van deze waarnemers kan alleen met de instemming van de lidstaten die betrokken zijn bij de in de artikelen 14, 19, 28 en 36 bedoelde activiteiten en alleen met de instemming van de ontvangende lidstaat betreffende de in artikelen 14 en 33 bedoelde activiteiten. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, krijgen zij passende opleiding van het Agentschap. Zij worden ook verplicht om tijdens hun deelname aan de activiteiten de gedragscode van het Agentschap na te leven.
8. Het Agentschap neemt deel aan de uitvoering van internationale overeenkomsten die de Unie met derde landen sluit in het kader van het beleid inzake externe betrekkingen van de Unie en met betrekking tot aangelegenheden die onder deze verordening vallen.
9. Het Agentschap kan financiering van de Unie ontvangen overeenkomstig de bepalingen van de relevante instrumenten ter ondersteuning van het beleid inzake de externe betrekkingen van de Unie. Het kan projecten voor technische bijstand in derde landen initiëren en financieren ten aanzien van aangelegenheden die onder deze verordening vallen.
10. Bij het sluiten van bilaterale overeenkomsten met derde landen kunnen de lidstaten, in onderling akkoord met het Agentschap, bepalingen opnemen over de rol en de bevoegdheden van het Agentschap overeenkomstig deze verordening, in het bijzonder wat betreft de uitoefening van uitvoerende bevoegdheden door de leden van de Europese grens- en kustwachtteams die worden ingezet gedurende de gezamenlijke operaties, proefprojecten, snelle grensinterventies, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies. De lidstaten stellen de Commissie van dergelijke bepalingen in kennis.
11. Het Agentschap stelt het Europees Parlement in kennis van de op grond van dit artikel gevoerde activiteiten en neemt in zijn jaarverslagen een evaluatie van de samenwerking met derde landen op.