Art. 52 Verordening (EU) 2016/1624, Samenwerking met instellingen, organen en instanties van de Unie, en internationale organisaties
1. Het Agentschap werkt samen met de Commissie, andere instellingen van de Unie, de Europese Dienst voor extern optreden, het EASO, Europol, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Eurojust, het Satellietcentrum van de Europese Unie, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en het Europees Bureau voor visserijcontrole, evenals met andere organen en instanties van de Unie, op het gebied van de onder deze verordening vallende aangelegenheden, met name om uitdagingen op het vlak van migratie beter aan te pakken en grensoverschrijdende criminaliteit, zoals de smokkel van migranten, mensenhandel en terrorisme, te voorkomen en op te sporen.
Het Agentschap kan daartoe samenwerken met internationale organisaties die bevoegd zijn op het gebied van aangelegenheden die onder deze verordening vallen.
2. De in lid 1 bedoelde samenwerking vindt plaats in het kader van met de in lid 1 bedoelde entiteiten gemaakte werkafspraken. Deze afspraken worden vooraf door de Commissie goedgekeurd. Het Agentschap houdt in ieder geval het Europees Parlement van deze regelingen op de hoogte.
3. Het Agentschap werkt samen met de Commissie, en in voorkomend geval met de lidstaten, bij activiteiten op grond van deze verordening. Hoewel die buiten de werkingssfeer van deze verordening vallen, werkt het Agentschap ook samen bij activiteiten die verband houden met douanezaken, inclusief risicobeheersing, wanneer die activiteiten elkaar ondersteunen. Deze samenwerking laat de bestaande bevoegdheden van de Commissie en van de lidstaten onverlet.
4. De in lid 1 bedoelde instellingen, organen en instanties van de Unie en internationale organisaties gebruiken van het Agentschap ontvangen informatie uitsluitend binnen de grenzen van hun bevoegdheden en met inachtneming van de grondrechten, met inbegrip van de voorschriften inzake gegevensbescherming. Verdere overdracht of andere uitwisseling van door het Agentschap verwerkte persoonsgegevens aan of met andere instellingen, organen en instanties van de Unie wordt afhankelijk gesteld van specifieke werkafspraken over de uitwisseling van persoonsgegevens en van voorafgaande toestemming door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Elke doorgifte van persoonsgegevens door het Agentschap gebeurt in overeenstemming met de gegevensbeschermingsbepalingen van artikel 45 tot en met 49. Wat de behandeling van gerubriceerde informatie betreft, houden die afspraken in dat de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie of de betrokken internationale organisatie voldoet aan beveiligingsvoorschriften en -normen die gelijkwaardig zijn aan die welke door het Agentschap worden toegepast.
5. Ook kan het Agentschap met instemming van de betrokken lidstaten waarnemers van instellingen, organen en instanties van de Unie of van internationale organisaties uitnodigen om deel te nemen aan zijn activiteiten, met name gezamenlijke operaties en proefprojecten, risicoanalyses en opleiding, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid en beveiliging van die activiteiten. De deelname van deze waarnemers aan risicoanalyses en opleiding is afhankelijk van de toestemming van de betrokken lidstaten. Wat gezamenlijke operaties en proefprojecten betreft, is de deelname van waarnemers afhankelijk van de toestemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, krijgen zij passende opleiding van het Agentschap.