Art. 53 Verordening (EU) 2016/1447, Storingsregistratie en -monitoring

Verordening (EU) 2016/1447

1. Een HVDC-systeem wordt uitgerust met een faciliteit om storingen te registreren en dynamisch systeemgedrag te monitoren met betrekking tot de volgende parameters voor elk van zijn HVDC-convertorstations:

a) AC- en DC-spanning;

b) AC- en DC-stroom;

c) werkzaam vermogen;

d) blindvermogen, en

e) frequentie.

2. De relevante systeembeheerder kan parameters voor de kwaliteit van levering vast te stellen waaraan het HVDC-systeem moet voldoen, op voorwaarde dat in verband daarmee een redelijke voorafgaande kennisgeving is gegeven.

3. De bijzonderheden van de in lid 1 bedoelde storingsregistratieapparatuur, met inbegrip van analoge en digitale kanalen, de instellingen, inclusief de startcriteria en bemonsteringsfrequenties, worden overeengekomen tussen de eigenaar van het HVDC-systeem, de relevante systeembeheerder en de relevante TSB.

4. Alle apparatuur voor monitoring van het dynamisch systeemgedrag heeft ook een oscillatiestartcriterium, als gespecificeerd door de relevante systeembeheerder in overleg met de relevante TSB, met als doel slecht gedempte vermogensoscillaties te detecteren.

5. De inrichtingen voor het bewaken van de kwaliteit van levering en het monitoren van het dynamisch systeemgedrag hebben ook mogelijkheden tot elektronische toegang tot gegevens voor de eigenaar van het HVDC-systeem en de relevante systeembeheerder. De communicatieprotocols voor geregistreerde gegevens worden overeengekomen tussen de eigenaar van het HVDC-systeem, de relevante systeembeheerder en de relevante TSB.

Vorige artikelen

Volgende artikelen