Art. 51 Verordening (EU) 2016/1447, Bedrijfsvoering van HDVC-systemen

Verordening (EU) 2016/1447

1. Wat de instrumentatie voor de bedrijfsvoering betreft, wordt elke HVDC-convertoreenheid van een HVDC-systeem uitgerust met een automatische regeleenheid die in staat is instructies te ontvangen van de relevante systeembeheerder en van de relevante TSB. Deze automatische regeleenheid is in staat de HVDC-convertoreenheden van het HVDC-systeem op een gecoördineerde wijze bedrijf te voeren. De relevante systeembeheerder specificeert de hiërarchie van de automatische regeleenheden per HVDC-convertoreenheid.

2. De in lid 1 bedoelde automatische regeleenheid van het HVDC-systeem is in staat de volgende signaaltypes naar de relevante systeembeheerder te sturen:

a) operationele signalen, waaronder ten minste:

i) opstartsignalen;

ii) AC- en DC-spanningsmetingen;

iii) AC- en DC-stroommetingen;

iv) metingen van het werkzaam en het blindvermogen aan de AC-zijde;

v) metingen van het DC-vermogen;

vi) bedrijfsvoering op het niveau van HVDC-convertoreenheden in een HVDC-convertor van het multi-pooltype;

vii) status van de elementen en de topologie, en

viii) bereik van het werkzaam vermogen in FSM, LFSM-O en LFSM-U.

b) alarmsignalen, waaronder ten minste:

i) noodblokkering;

ii) op- en afregelblokkering;

iii) snelle omkering van het werkzaam vermogen.

3. De in lid 1 bedoelde automatische regeleenheid is in staat de volgende signaaltypes van de relevante systeembeheerder te ontvangen:

a) operationele signalen, waaronder ten minste:

i) opstartcommando;

ii) referentiewaarden voor het werkzaam vermogen;

iii) instellingen voor de frequentiegevoelige modus;

iv) referentiewaarden voor blindvermogen, spanning of soortgelijke;

v) blindvermogenregelmodi;

vi) dempingsregeling van vermogensoscillaties, en

vii) synthetische inertie;

b) alarmsignalen, waaronder ten minste:

i) noodblokkeringscommando;

ii) op- en afregelblokkeringscommando;

iii) stroomrichting van het werkzaam vermogen, en

iv) commando voor snelle omkering van het werkzaam vermogen.

4. Voor elk signaal kan de relevante systeembeheerder de vereiste kwaliteit van het geleverde signaal vaststellen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen