Art. 20 Verordening (EU) 2016/1447, Capaciteit voor het leveren van blindvermogen
1. De relevante systeembeheerder stelt, in overleg met de relevante TSB, de eisen vast met betrekking tot de capaciteit voor het leveren van blindvermogen op de aansluitpunten bij variërende spanningen. Het voorstel voor deze eisen omvat een U-Q/Pmax-profiel, binnen de grenzen waarvan het HVDC-convertorstation in staat is blindvermogen bij zijn maximale transmissiecapaciteit voor het werkzaam vermogen te leveren.
2. Het in lid 1 bedoelde U-Q/Pmax-profiel voldoet aan de volgende beginselen:
a) het U-Q/Pmax-profiel blijft binnen de U-Q/Pmax-profielenvelop, als voorgesteld door de binnenste envelop in de in bijlage IV getoonde figuur, en hoeft niet rechthoekig te zijn;
b) de dimensies van de U-Q/Pmax-profielenvelop voldoen aan de voor elke synchrone zone vastgestelde waarden, als gegeven in de tabel van bijlage IV, en
c) de positie van de U-Q/Pmax-profielenvelop ligt binnen de grenzen van de vaste buitenste envelop als getoond in de in bijlage IV gegeven figuur.
3. Een HVDC-systeem is in staat om binnen een door de relevante systeembeheerder in overleg met de relevante TSB gespecificeerde tijd over te gaan tot elk bedrijfspunt binnen zijn U-Q/Pmax-profiel.
4. Wanneer in bedrijf bij een opgewekt werkzaam vermogen dat beneden de maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen (P<Pmax) ligt, is het HVDC-convertorstation in staat in bedrijf te zijn op elk mogelijk bedrijfspunt als gespecificeerd door de relevante systeembeheerder in overleg met de relevante TSB en overeenkomstig de capaciteit voor het leveren van blindvermogen als vastgelegd door het in de leden 1 tot en met 3 omschreven U-Q/Pmax-profiel.