Art. 4 Verordening (EU) 2016/1388, Toepassing op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden die worden gebruikt om diensten voor vraagsturing te leveren

Verordening (EU) 2016/1388

1. De eisen van deze verordening zijn niet van toepassing op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt of kunnen worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan een relevante systeembeheerder of relevante TSB te leveren, tenzij:

a) een bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, een bestaande transmissiegekoppelde distributie-installatie, een bestaand distributiesysteem of een bestaande verbruikseenheid binnen een verbruiksinstallatie op een spanningsniveau van meer dan 1 000 V of een gesloten distributiesysteem met een spanningsniveau van meer dan 1 000 V zodanig is aangepast dat de desbetreffende aansluitovereenkomst ingrijpend moet worden herzien overeenkomstig de onderstaande procedure:

i) eigenaren van verbruiksinstallaties, DSB's of GDSB's die van plan zijn een installatie te moderniseren of apparatuur te vervangen op een wijze die effect heeft op de technische mogelijkheden van de transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, de transmissiegekoppelde distributie-installatie, het distributiesysteem of de verbruikseenheid, stellen de relevante systeembeheerder hiervan van tevoren in kennis;

ii) wanneer de relevante systeembeheerder oordeelt dat de modernisering of vervanging van apparatuur van zulke omvang is dat een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is, stelt de systeembeheerder de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat daarvan in kennis; en

iii) de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat besluit of de bestaande aansluitovereenkomst moet worden herzien, dan wel of een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is en welke eisen van deze verordening van toepassing zijn; of

b) een regulerende instantie of, indien van toepassing, een lidstaat besluit een bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, een bestaande transmissiegekoppelde distributie-installatie, een bestaand distributiesysteem of een bestaande verbruikseenheid laten voldoen aan alle of aan bepaalde eisen van deze verordening, op basis van een overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 ingediend voorstel van de relevante TSB.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt een transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, een transmissiegekoppelde distributie-installatie, een distributiesysteem of een verbruikseenheid die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem wordt gebruikt of kan worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan een relevante systeembeheerder of een relevante TSB te leveren, als bestaand beschouwd, indien:

a) deze voorziening op de datum van inwerkingtreding van deze verordening reeds met het net is gekoppeld; of

b) de eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van de belangrijkste verbruiksapparaten of de verbruikseenheid binnen een tijdsbestek van twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB stelt de relevante systeembeheerder en de relevante TSB binnen een termijn van 30 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de sluiting van dit contract.

De door de eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB aan de relevante systeembeheerder en de relevante TSB toegezonden kennisgeving bevat ten minste de volgende elementen: de benaming van het contract, de datum van ondertekening en de datum van inwerkingtreding, en de specificaties van de te bouwen, te assembleren of aan te kopen belangrijkste verbruiksapparaten of verbruikseenheid.

Een lidstaat kan erin voorzien dat de regulerende instantie in gespecificeerde omstandigheden kan bepalen of de transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, de transmissiegekoppelde distributie-installatie, het distributiesysteem of de verbruikseenheid als bestaand dan wel als nieuw moet worden beschouwd.

3. Na een openbare raadpleging overeenkomstig artikel 9 en teneinde een antwoord te bieden op significante werkelijke wijzigingen van omstandigheden, zoals de ontwikkeling van systeemeisen, inclusief de penetratie van hernieuwbare energiebronnen, slimme netwerken, gedistribueerde productie of vraagsturing, kan de relevante TSB aan de betrokken regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat voorstellen de toepassing van deze verordening uit te breiden tot bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen of bestaande verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan een relevante systeembeheerder of een relevante TSB te leveren.

Daartoe wordt overeenkomstig de artikelen 48 en 49 een grondige en transparante kwantitatieve kosten-batenanalyse uitgevoerd. De analyse omvat de volgende elementen:

a) de kosten om bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden in overeenstemming te brengen met deze verordening;

b) de sociaaleconomische baten van toepassing van de eisen van deze verordening; en

c) de mogelijkheid om met alternatieve maatregelen de vereiste prestatie te bereiken.

4. Alvorens de in lid 3 bedoelde kwantitatieve kosten-batenanalyse te ondernemen:

a) voert de relevante TSB een voorbereidende kwalitatieve vergelijking uit van de kosten en baten; en

b) verkrijgt de relevante TSB de goedkeuring van de relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat.

5. De relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat neemt een besluit betreffende de uitbreiding van de toepassing van deze verordening tot bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen of bestaande verbruikseenheden, en wel binnen een termijn van zes maanden na de ontvangst van het verslag en de aanbeveling van de relevante TSB overeenkomstig artikel 48, lid 4. Het besluit van de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat wordt gepubliceerd.

6. De relevante TSB houdt rekening met de legitieme verwachtingen van de eigenaren van verbruiksinstallaties, de DSB's en GDSB's bij de afweging inzake de eventuele toepassing van deze verordening op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden.

7. De relevante TSB kan de toepassing van sommige of alle bepalingen van deze verordening op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen of bestaande verbruikseenheden om de drie jaar in overweging nemen overeenkomstig de in de leden 3 tot en met 5 bedoelde eisen en procedure.

Vorige artikelen

Volgende artikelen