Art. 3 Verordening (EU) 2016/1388, Toepassingsgebied
1. De aansluitingseisen van deze verordening gelden voor:
a) nieuwe transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties;
b) nieuwe transmissiegekoppelde distributie-installaties;
c) nieuwe distributiesystemen, met inbegrip van nieuwe gesloten distributiesystemen;
d) nieuwe verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders en relevante TSB's te leveren.
De relevante systeembeheerder weigert de aansluiting van nieuwe transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, nieuwe transmissiegekoppelde distributie-installaties of nieuwe distributiesystemen die niet in overeenstemming zijn met de in deze verordening vervatte eisen en waarop geen door de regulerende instantie, of een andere autoriteit indien zo bepaald in een lidstaat, overeenkomstig artikel 50 verleende afwijking van toepassing is. De relevante systeembeheerder deelt een dergelijke weigering door middel van een met redenen omklede schriftelijke verklaring mee aan de eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB en, tenzij anderszins door de regulerende instantie gespecificeerd, aan de regulerende instantie.
Op basis van compliance-monitoring overeenkomstig titel III weigert de relevante TSB diensten voor vraagsturing die onder de artikelen 27 tot en met 30 vallen van nieuwe verbruikseenheden die niet aan de in deze verordening vastgestelde eisen voldoen.
2. Deze verordening is niet van toepassing op:
a) verbruiksinstallaties en distributiesystemen die zijn aangesloten op het transmissiesysteem en op distributiesystemen, of op onderdelen van het transmissiesysteem of van distributiesystemen, van eilanden van lidstaten waarvan de systemen niet op synchrone wijze worden bedreven met de synchrone zone van Continentaal Europa, Groot-Brittannië, Noordelijk Europa, Ierland, Noord-Ierland of de Baltische staten;
b) opslaginstallaties met uitzondering van elektriciteitsproductie-eenheden met pompopslag overeenkomstig artikel 5, lid 2.
3. Indien er sprake is van verbruiksinstallaties of gesloten distributiesystemen met meerdere verbruikseenheden, worden die verbruikseenheden samen als één verbruikseenheid beschouwd indien zij niet onafhankelijk van elkaar kunnen werken of zij redelijkerwijs als combinatie kunnen worden beschouwd.