Art. 31 Verordening (EU) 2016/1388, Algemene bepalingen
1. Wat betreft de bedrijfsvoeringsnotificatieprocedure voor verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan systeembeheerders te leveren, wordt een onderscheid gemaakt tussen:
a) verbruikseenheden met een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem verbonden met een spanningsniveau van 1 000 V of lager;
b) verbruikseenheden met een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem verbonden met een spanningsniveau boven de 1 000 V;
2. Elke eigenaar van een verbruiksinstallatie of GDSB die vraagsturing aan een relevante systeembeheerder of een relevante TSB levert, bevestigt direct of indirect via een derde partij tegenover de relevante systeembeheerder of relevante TSB de mogelijkheden om te voldoen aan de in hoofdstuk 1 van titel III van deze verordening genoemde eisen betreffende het technische ontwerp en de operationele kenmerken.
3. De eigenaar van de verbruiksinstallatie of de GDSB stelt de relevante systeembeheerder of de relevante TSB direct of indirect via een derde partij van tevoren in kennis van elk besluit geen diensten voor vraagsturing meer aan te bieden en/of van de permanente verwijdering van een verbruikseenheid met vraagsturing. Deze informatie kan overeenkomstig de specificatie van de relevante systeembeheerder of de relevante TSB worden gebundeld.
4. De relevante systeembeheerder specificeert verdere details betreffende de bedrijfsvoeringsnotificatieprocedure en stelt deze publiek beschikbaar.