Art. 36 Verordening (EU) 2016/1388, Gemeenschappelijke bepalingen voor het systeem van conformiteitstests

Verordening (EU) 2016/1388

1. De tests ter beproeving van het gedrag van een transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, een transmissiegekoppelde distributie-installatie of een verbruikseenheid met vraagsturing om het werkzaam vermogen te regelen, vraagsturing om het blindvermogen te regelen of vraagsturing om transmissiebeperking te beheren, zijn erop gericht aan te tonen dat aan de eisen van deze verordening wordt voldaan.

2. Onverminderd de in deze verordening vervatte minimumeisen voor het beproeven van de conformiteit, kan de relevante systeembeheerder:

a) de eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB toestemming verlenen voor de uitvoering van een alternatieve reeks tests, op voorwaarde dat deze tests efficiënt zijn en volstaan om aan te tonen dat een distributiesysteem in overeenstemming is met de eisen van deze verordening; en

b) van de eigenaar van de verbruiksinstallatie eisen dat hij extra of alternatieve tests uitvoert in gevallen waarin de aan de relevante systeembeheerder verstrekte informatie in verband met de conformiteitstests overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 37 tot en met 41 niet volstaat om overeenstemming met de eisen van deze verordening aan te tonen.

3. De eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB is verantwoordelijk voor de uitvoering van de tests overeenkomstig de in hoofdstuk 2 van titel IV vastgestelde voorwaarden. De relevante systeembeheerder werkt hieraan mee en vertraagt de uitvoering van de tests niet op onrechtmatige wijze.

4. De relevante systeembeheerder kan deelnemen aan de conformiteitstests, op de locatie zelf of op afstand vanuit de controlecentrum van de systeembeheerder. Voor dat doel levert de eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB monitoringapparatuur die benodigd is om alle relevante testsignalen en metingen te registreren, en zorgt hij ervoor dat de nodige vertegenwoordigers van de eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB gedurende de gehele testperiode op de locatie beschikbaar zijn. Als de systeembeheerder voor geselecteerde tests zijn eigen apparatuur wenst te gebruiken om het gedrag te registreren, worden de door de relevante systeembeheerder gespecificeerde signalen doorgestuurd. De relevante systeembeheerder kan volledig zelfstandig beslissen over zijn deelname.

Vorige artikelen

Volgende artikelen