Art. 29 Verordening (EU) 2016/1388, Specifieke bepalingen voor verbruikseenheden met vraagsturing op basis van frequentieregeling

Verordening (EU) 2016/1388

1. Verbruiksinstallaties en gesloten distributiesystemen kunnen vraagsturing op basis van frequentieregeling aan relevante systeembeheerders en relevante TSB's leveren.

2. Verbruiksinstallaties met vraagsturing op basis van frequentieregeling voldoen afzonderlijk of, indien deze geen deel uitmaken van een transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, gezamenlijk als onderdeel van de aggregatie van het verbruik door een derde partij aan de volgende eisen:

a) zij zijn in staat in bedrijf te zijn binnen de in artikel 12, lid 1, gespecificeerde frequentiebanden en de in artikel 12, lid 2, gespecificeerde uitgebreide bandbreedte;

b) zij zijn in staat in bedrijf te zijn binnen de in artikel 13 gespecificeerde spanningsbereik indien deze verbonden zijn met een spanningsniveau van ten minste 110 kV;

c) zij zijn in staat in bedrijf te zijn binnen de bedrijfsspanningsbereik van het systeem op het aansluitpunt als gespecificeerd door de relevante systeembeheerder, indien verbonden met een spanningsniveau onder de 110 kV. Met betrekking tot dit bereik wordt rekening gehouden met bestaande normen en worden de relevante belanghebbenden voorafgaand aan de goedkeuring overeenkomstig artikel 6 door de regulerende instantie overeenkomstig artikel 9, lid 1, geraadpleegd;

d) zij zijn voorzien van een regelsysteem dat ongevoelig is binnen een dode band rond de nominale systeemfrequentie van 50,00 Hz, met een bandbreedte die door de relevante TSB in overleg met de TSB's in de synchrone zone wordt gespecificeerd. Voor verbruikseenheden die zijn verbonden met een spanningsniveau onder de 110 kV worden de relevante belanghebbenden voorafgaand aan de goedkeuring overeenkomstig artikel 6 door de regulerende instantie met betrekking tot deze specificaties geraadpleegd overeenkomstig artikel 9, lid 1;

e) zij zijn in staat zodra de frequentie binnen de in lid 2, onder d), gespecificeerde dode band is teruggekeerd om een vertragingstijd van maximaal vijf minuten te initiëren voordat het normale bedrijf wordt voortgezet.

De maximale frequentieafwijking van de nominale waarde van 50,00 Hz waarop wordt gereageerd, wordt gespecificeerd door de relevante TSB in overleg met de TSB's in de synchrone zone. Voor verbruikseenheden die zijn verbonden met een spanningsniveau onder de 110 kV worden de relevante belanghebbenden voorafgaand aan de goedkeuring overeenkomstig artikel 6 door de regulerende instantie met betrekking tot deze specificaties geraadpleegd overeenkomstig artikel 9, lid 1.

Het verbruik wordt verhoogd of verlaagd voor een systeemfrequentie die respectievelijk boven of onder de dode band van nominaal 50,00 Hz ligt;

f) zij zijn voorzien van een regeling die de actuele systeemfrequentie meet. De metingen wordt ten minste om de 0,2 seconden herhaald;

g) zij zijn in staat een wijziging van de systeemfrequentie van 0,01 Hz te detecteren, teneinde een globale lineaire proportionele systeemrespons te geven, waarbij rekening wordt gehouden met de gevoeligheid van de vraagsturing op basis van frequentieregeling en de nauwkeurigheid van de frequentiemeting en de daaruit voortvloeiende aanpassing van het verbruik. De verbruikseenheid is in staat tot een snelle detectie van en respons op wijzigingen van de systeemfrequentie, als gespecificeerd door de relevante TSB in overleg met de TSB's in de synchrone zone. Bij de meting van de frequentie in stationaire toestand is een verschil van maximaal 0,05 Hz toegestaan.

Vorige artikelen

Volgende artikelen