Art. 56 Verordening (EU) 2016/1011, Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 596/2014
Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt als volgt gewijzigd:
1) Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
a) het volgende lid wordt ingevoegd:
„1 bis. De in lid 1 bedoelde kennisgevingsverplichting is niet van toepassing op transacties in financiële instrumenten met betrekking tot aandelen of schuldinstrumenten van de in dat lid bedoelde uitgevende instelling, indien op het moment van de transactie is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a) het financiële instrument is een eenheid of aandeel in een instelling voor collectieve belegging waarbij de blootstelling van de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling niet meer bedraagt dan 20 % van de activa van de instelling voor collectieve belegging;
b) het financiële instrument behelst blootstelling voor een portfolio van activa waarbij de blootstelling van de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling niet meer bedraagt dan 20 % van de activa van de portfolio;
c) het financiële instrument is een eenheid of aandeel in een instelling voor collectieve belegging of behelst blootstelling voor een portfolio van activa, en de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid of nauw daarmee verbonden persoon is of kan niet op de hoogte zijn van de beleggingssamenstelling of blootstelling van de instelling voor collectieve belegging of de portfolio van activa met betrekking tot de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling, en er is bovendien voor die persoon geen reden om aan te nemen dat de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling de drempels van punt a) of b) overschrijden.
Indien informatie over de beleggingssamenstelling van de instelling voor collectieve belegging of blootstelling voor de portfolio van activa beschikbaar is, verricht de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid of de nauw daarmee verbonden persoon alle redelijke inspanningen om die informatie te verkrijgen.”;
b) in lid 7 wordt na de tweede alinea de volgende alinea ingevoegd:
„Voor de toepassing van punt b) is kennisgeving van transacties uitgevoerd in aandelen of schuldinstrumenten van een uitgevende instelling of derivaten of andere daaraan verbonden financiële instrumenten door beheerders van een instelling voor collectieve belegging waarin de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid of nauw daarmee verbonden persoon heeft geïnvesteerd, niet vereist indien de beheerder van de instelling voor collectieve belegging volledig discreet te werk gaat, hetgeen inhoudt dat de beheerder geen directe of indirecte instructies of voorstellen inzake de samenstelling van de portfolio ontvangt van beleggers in de instelling voor collectieve belegging.”.
2) Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:
a) in de leden 2 en 3 worden de woorden „artikel 19, leden 13 en 14” vervangen door „, artikel 19, leden 13 en 14, en artikel 38”;
b) lid 5 wordt vervangen door:
„5. Een overeenkomstig artikel 6, lid 5 of lid 6, artikel 12, lid 5, artikel 17, lid 2, derde alinea, artikel 17, lid 3, artikel 19, lid 13 of lid 14, of artikel 38 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.”.
3) Aan artikel 38 worden de volgende alinea's toegevoegd:
„Uiterlijk op 3 juli 2019 dient de Commissie na raadpleging van ESMA een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over het niveau van de in artikel 19, lid 1 bis, onder a) en b), bedoelde drempels met betrekking tot transacties door leidinggevenden wanneer de aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling deel uitmaken van een instelling voor collectieve belegging of blootstelling inhouden voor een portfolio van activa, teneinde te beoordelen of het niveau passend is of moet worden aangepast.
De Commissie is overeenkomstig artikel 35 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in artikel 19, lid 1 bis, onder a) en b), bedoelde drempels aan te passen wanneer het in dat verslag constateert dat die drempels moeten worden aangepast.”.