Art. 54 Verordening (EU) 2016/1011, Evaluatie

Verordening (EU) 2016/1011

1. Uiterlijk op 1 januari 2020 evalueert de Commissie deze verordening en dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, met name over:

a) de werking en de doeltreffendheid van de cruciale benchmark, verplicht beheer en het stelsel van verplichte aanlevering op grond van de artikelen 20, 21 en 23, en de definitie van een cruciale benchmark in artikel 3, lid 1, punt 25;

b) de doeltreffendheid van het stelsel van vergunning, registratie en toezicht voor beheerders uit hoofde van titel VI en de colleges uit hoofde van artikel 46, en de geschiktheid van het toezicht op bepaalde benchmarks door een orgaan van de Unie;

c) de werking en de doeltreffendheid van artikel 19, lid 2, met name het toepassingsgebied ervan.

2. De Commissie evalueert om de vijf jaar na 1 januari 2018 de ontwikkeling van de internationale beginselen die van toepassing zijn op benchmarks en van de rechtskaders en toezichtspraktijken in derde landen met betrekking tot het aanbieden van benchmarks, en brengt verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. Dat verslag bevat in het bijzonder een beoordeling of het nodig is deze verordening te wijzigen en gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in artikel 51, lid 2, bedoelde periode van 42 maanden te verlengen met 24 maanden indien het in lid 1, onder b), van dit artikel bedoelde verslag bewijs levert dat de in artikel 51, lid 2, bedoelde overgangsregeling voor registratie geen afbreuk doet aan een gemeenschappelijke Europese toezichtscultuur, consistente toezichtspraktijken en een consistente aanpak door de verschillende bevoegde autoriteiten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen