Art. 51 Verordening (EU) 2016/1011, Overgangsbepalingen

Verordening (EU) 2016/1011

1. Een aanbieder van een index die een benchmark aanbiedt op 30 juni 2016 dient overeenkomstig artikel 34 een vergunnings- of registratieaanvraag in uiterlijk op 1 januari 2020.

2. Uiterlijk op 1 januari 2020 is de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de aanbieder van een index is gevestigd die een aanvraag voor een vergunning indient overeenkomstig artikel 34, bevoegd om die aanbieder van een index te registreren als beheerder, zelfs wanneer deze geen onder toezicht staande entiteit is, en dit onder de volgende voorwaarden:

a) de aanbieder van een index biedt geen cruciale benchmark aan;

b) de bevoegde autoriteit weet op een redelijke basis dat de index of indices die door de aanbieder van een index worden aangeboden, in de zin van deze verordening noch in de lidstaat waar de aanbieder van een index is gevestigd noch in andere lidstaten op grote schaal worden gebruikt.

De bevoegde autoriteit informeert ESMA over haar overeenkomstig de eerste alinea genomen besluit.

De bevoegde autoriteit bewaart de bewijsstukken van de motivering van haar overeenkomstig de eerste alinea genomen besluit op een dergelijke wijze dat het mogelijk is om een volledig inzicht te krijgen in de evaluaties van de bevoegde autoriteit dat de door de aanbieder van een index aangeboden index of indices slechts in beperkte mate worden gebruikt, alsook in marktgegevens, beoordelingen of andere informatie, alsook informatie die van de aanbieder van een index is ontvangen.

3. Een aanbieder van een index mag doorgaan met het aanbieden van een bestaande benchmark die mag worden gebruikt door onder toezicht staande entiteiten tot 1 januari 2020 of, wanneer de aanbieder van een index overeenkomstig lid 1 een vergunnings- of registratieaanvraag indient, tenzij en totdat de vergunning of registratie wordt geweigerd.

4. Wanneer een bestaande benchmark niet voldoet aan de vereisten van deze verordening, maar de stopzetting of wijziging van die benchmark om te voldoen aan de vereisten in deze verordening zou leiden tot een geval van overmacht of de voorwaarden van een financiële overeenkomst of een financieel instrument dan wel de regels van een beleggingsfonds, waarin die benchmark als referentie gebruikt wordt, zou bemoeilijken of anderszins schenden, wordt het gebruik van de benchmark toegestaan door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de aanbieder van een index is gevestigd. Na 1 januari 2020 mogen financiële instrumenten, financiële overeenkomsten of prestatiemetingen van een beleggingsfonds geen verwijzing naar een dergelijke bestaande benchmark toevoegen.

5. Tenzij de Commissie een gelijkwaardigheidsbesluit heeft genomen als bedoeld in artikel 30, lid 2 of 3, of tenzij een beheerder is erkend overeenkomstig artikel 32 of een benchmark is bekrachtigd overeenkomstig artikel 33, is het gebruik in de Unie door onder toezicht staande entiteiten van een benchmark die wordt aangeboden door een in een derde land gevestigde beheerder, waar de benchmark al in de Unie wordt gebruikt als referentie voor financiële instrumenten, financiële overeenkomsten of voor prestatiemeting van een beleggingsfonds, uitsluitend toegestaan voor die financiële instrumenten, financiële overeenkomsten en prestatiemetingen van een beleggingsfonds die reeds naar de benchmark in de Unie verwijzen op of een verwijzing naar die benchmark toevoegen vóór 1 januari 2020.

6. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende maatregelen tot bepaling van de voorwaarden waarop de relevante bevoegde autoriteit kan beoordelen of de stopzetting of de wijziging van een bestaande benchmark om te voldoen aan de vereisten van deze verordening, redelijkerwijs kan leiden tot een geval van overmacht, of de voorwaarden van een financiële overeenkomst of een financieel instrument dan wel de regels van een beleggingsfonds, waarin die benchmark als referentie wordt gebruikt, zou bemoeilijken of anderszins schenden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen