Art. 25 Verordening (EU) 2016/794, Overdracht van persoonsgegevens aan derde landen en internationale organisaties
1. Behoudens beperkingen op grond van artikel 19, lid 2 of lid 3, en onverminderd artikel 67 kan Europol, voor zover nodig voor de verrichting van zijn taken, persoonsgegevens overdragen aan een autoriteit van een derde land of aan een internationale organisatie, zulks op grond van:
a) een besluit van de Commissie, vastgesteld overeenkomstig Artikel 36 van Richtlijn (EU) 2016/680, dat het derde land of een grondgebied of een verwerkingssector in dat derde land, of de internationale organisatie in kwestie een passend niveau van bescherming bieden (adequaatheidsbesluit);
b) een internationale overeenkomst gesloten tussen de Unie en dat derde land of die internationale organisatie op grond van artikel 218 VWEU waarin passende waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de privacy en de fundamentele rechten en vrijheden van burgers;
c) een samenwerkingsovereenkomst, op grond waarvan persoonsgegevens kunnen worden uitgewisseld, die vóór 1 mei 2017 is gesloten tussen Europol en dat derde land of die internationale organisatie overeenkomstig artikel 23 van Besluit 2009/371/JBZ.
Europol kan administratieve afspraken maken ter uitvoering van dergelijke overeenkomsten of adequaatheidsbesluiten.
2. De uitvoerend directeur stelt de raad van bestuur in kennis van de uitwisseling van persoonsgegevens op basis van adequaatheidsbesluiten overeenkomstig lid 1, onder a).
3. Europol publiceert op zijn website een lijst van adequaatheidsbesluiten, overeenkomsten, administratieve regelingen en andere instrumenten met betrekking tot de overdracht van persoonsgegevens in overeenstemming met lid 1, en houdt deze lijst bij.
4. Uiterlijk op 14 juni 2021 beoordeelt de Commissie de bepalingen in de in lid 1, onder c), bedoelde samenwerkingsovereenkomsten, in het bijzonder die betreffende gegevensbescherming. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van het resultaat van die beoordeling en kan in voorkomend geval bij de Raad een aanbeveling indienen voor een besluit houdende machtiging tot het opstarten van onderhandelingen voor het sluiten van in lid 1, onder b), bedoelde internationale overeenkomsten.
5. In afwijking van lid 1 kan de uitvoerend directeur de overdracht van persoonsgegevens aan derde landen of internationale organisaties in individuele gevallen toestaan indien de overdracht:
a) noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of een andere persoon;
b) noodzakelijk is ter bescherming van de rechtmatige belangen van de betrokkene, wanneer het recht van de lidstaat die de persoonsgegevens overdraagt, aldus bepaalt;
c) van wezenlijk belang is ter voorkoming van een onmiddellijk en ernstig gevaar voor de openbare veiligheid van een lidstaat of een derde land;
d) in afzonderlijke gevallen noodzakelijk is met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen; of
e) in afzonderlijke gevallen noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een eis in rechte in verband met de preventie, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van een specifiek strafbaar feit of de tenuitvoerlegging van een specifieke strafmaatregel.
Persoonsgegevens worden niet doorgegeven indien de uitvoerend directeur bepaalt dat de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene voor de in de punten d) en e) bedoelde doorgifte prevaleren boven het algemeen belang.
De afwijkingen krachtens dit lid gelden niet voor systematische, massale of structurele gegevensoverdrachten.
6. In afwijking van lid 1 kan de raad van bestuur, met de instemming van de EDPS, voor een verlengbare termijn van ten hoogste één jaar een reeks overdrachten overeenkomstig lid 5, onder a) tot en met e), toestaan, met inachtneming van de passende waarborgen betreffende de bescherming van de privacy en van de fundamentele rechten en vrijheden van burgers. De toestemming wordt gemotiveerd en gedocumenteerd.
7. De uitvoerend directeur stelt de raad van bestuur en de EDPS zo spoedig mogelijk in kennis van de gevallen waarin hij lid 5 heeft toegepast.
8. Europol houdt een gedetailleerde administratie bij van alle in dit artikel bedoelde overdrachten.