Art. 20 Verordening (EU) 2016/794, Toegang van lidstaten en personeelsleden van Europol tot door Europol opgeslagen informatie
1. De lidstaten krijgen, in overeenstemming met hun nationaal recht en met artikel 7, lid 5, toegang tot alle informatie die is verstrekt voor de in artikel 18, lid 2, onder a) en b), bepaalde doeleinden, en kunnen deze informatie doorzoeken. Dit geldt onverminderd het in artikel 19, lid 2, bepaalde recht van lidstaten, organen van de Unie, derde landen en internationale organisaties om beperkingen te stellen.
2. De lidstaten krijgen, in overeenstemming met hun nationaal recht en met artikel 7, lid 5, op basis van een hit/no hit-systeem indirecte toegang tot informatie die is verstrekt voor de in artikel 18, lid 2, onder c), bepaalde doeleinden, onverminderd de beperkingen die overeenkomstig artikel 19, lid 2, zijn gesteld door de lidstaten, organen van de Unie en derde landen of internationale organisaties die de informatie hebben verstrekt.
Indien een zoekopdracht een treffer oplevert, stelt Europol de procedure in op grond waarvan de informatie die tot de hit heeft geleid, kan worden gedeeld, in overeenstemming met het besluit van degene die de informatie aan Europol heeft verstrekt.
3. In overeenstemming met het nationale recht wordt de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie door de lidstaten alleen geraadpleegd en verder verwerkt ter voorkoming en bestrijding van:
a) vormen van criminaliteit die onder de bevoegdheid van Europol vallen; en
b) andere vormen van ernstige criminaliteit als omschreven in Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad (22).
4. Onverminderd artikel 67 hebben de personeelsleden van Europol die daartoe door de uitvoerend directeur zijn gemachtigd, toegang tot de door Europol verwerkte informatie, voor zover dit nodig is voor de uitvoering van hun taken.