Art. 26 Verordening (EU) 2016/794, Uitwisseling van persoonsgegevens met particuliere partijen

Verordening (EU) 2016/794

1. Voor zover nodig voor de verrichting van zijn taken, kan Europol van particuliere partijen verkregen persoonsgegevens verwerken op voorwaarde dat deze zijn ontvangen via:

a) een nationale eenheid overeenkomstig het nationale recht;

b) het contactpunt van een derde land of een internationale organisatie waarmee Europol, vóór 1 mei 2017, overeenkomstig artikel 23 van Besluit 2009/371/JBZ, een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten op grond waarvan persoonsgegevens kunnen worden uitgewisseld; of

c) een instantie van een derde land of een internationale organisatie waarover overeenkomstig artikel 25, lid 1, onder a), van deze verordening een adequaatheidsbesluit is genomen of waarmee de Unie overeenkomstig artikel 218 VWEU een internationale overeenkomst heeft gesloten.

2. In gevallen waarin Europol niettemin rechtstreeks van particulieren persoonsgegevens ontvangt en de nationale eenheid, het contactpunt of de instantie, bedoeld in lid 1, onbekend is, mogen die persoonsgegevens door Europol alleen met het oog op die identificatie worden verwerkt. De persoonsgegevens worden vervolgens onmiddellijk doorgestuurd naar de nationale eenheid, het contactpunt of de betrokken instantie en verwijderd tenzij de nationale eenheid, het contactpunt of de betrokken instantie die persoonsgegevens overeenkomstig artikel 19, lid 1, binnen vier maanden na de overdracht opnieuw doorgeeft. Europol draagt er met technische middelen zorg voor dat de betrokken gegevens gedurende die periode niet toegankelijk zijn voor verwerking met een ander doel.

3. Met het oog op de verwerking van overeenkomstig lid 5, onder c), van dit artikel overgedragen persoonsgegevens, kan Europol voor de uitvoering van de in artikel 4, lid 1, onder m), beschreven taak persoonsgegevens rechtstreeks ontvangen van een particuliere partij die verklaart dat zij krachtens het toepasselijke recht wettelijk gemachtigd is die gegevens over te dragen.

4. Indien Europol persoonsgegevens ontvangt van een particuliere partij in een derde land waarmee niet op grond van artikel 23 van Besluit 2009/371/JBZ noch op grond van artikel 218 VWEU een overeenkomst is gesloten, of waarover niet overeenkomstig artikel 25, lid 1, onder a), van deze verordening, een adequaatheidsbesluit is genomen, kan Europol die gegevens alleen doorsturen naar een betrokken lidstaat of derde land waarmee een dergelijke overeenkomst is gesloten.

5. Europol mag geen persoonsgegevens aan particuliere partijen overdragen behalve wanneer in individuele gevallen waarin het strikt noodzakelijk is, en behoudens eventuele beperkingen op grond van artikel 19, lid 2 of lid 3, en onverminderd artikel 67:

a) de overdracht onmiskenbaar in het belang is van de betrokkene en de betrokkene heeft toegestemd of indien de omstandigheden duidelijk toelaten te veronderstellen dat toestemming is verleend;

b) de overdracht absoluut noodzakelijk is om de dreigende uitvoering van een misdrijf dat onder de bevoegdheid van Europol valt, waaronder terrorisme, te voorkomen; of

c) de overdracht van persoonsgegevens die publiek beschikbaar zijn, strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 4, lid 1, onder m), beschreven taak en de volgende voorwaarden zijn vervuld:

i) de overdracht betreft een individueel en specifiek geval; en

ii) er zijn geen grondrechten en vrijheden van betrokkenen die prevaleren op het openbaar belang dat de overdracht in dit specifieke geval noodzakelijk maakt.

6. Wat betreft lid 5, onder a) en b), van dit artikel geldt dat indien de particuliere partij niet in de Unie is gevestigd of niet in een land dat met Europol een samenwerkingsovereenkomst heeft op basis waarvan de uitwisseling van persoonsgegevens is toegestaan, of waarmee de Unie een internationale overeenkomst uit hoofde van artikel 218 VWEU heeft gesloten, of waarover overeenkomstig artikel 25, lid 1, onder a), van deze verordening een adequaatheidsbesluit is genomen, de overdracht alleen wordt toegestaan indien de overdracht:

a) noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of een andere persoon; of

b) noodzakelijk is ter bescherming van de legitieme belangen van de betrokkene; of

c) van wezenlijk belang is ter voorkoming van een onmiddellijk en ernstig gevaar voor de openbare veiligheid van een lidstaat of een derde land; of

d) in afzonderlijke gevallen noodzakelijk is met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten die onder de bevoegdheid van Europol vallen; of

e) in afzonderlijke gevallen noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een eis in rechte in verband met de preventie, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van een specifiek strafbaar feit dat onder de bevoegdheid van Europol valt.

7. Europol zorgt ervoor dat alle overdrachten van persoonsgegevens en de redenen daarvoor geregistreerd worden overeenkomstig deze verordening, en dat deze op verzoek aan de EDPS overeenkomstig artikel 40 worden meegedeeld.

8. Indien de ontvangen of over te dragen persoonsgegevens gevolgen hebben voor de belangen van een lidstaat, stelt Europol de nationale eenheid van de betrokken lidstaat daarvan terstond in kennis.

9. Europol neemt geen contact op met particuliere partijen om informatie op te vragen.

10. De Commissie beoordeelt uiterlijk op 1 mei 2019 de praktijk van de directe uitwisseling van persoonsgegevens met particuliere partijen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen