Art. 33, Melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de toezichthoudende autoriteit
1. Indien een inbreuk in verband met persoonsgegevens heeft plaatsgevonden, meldt de verwerkingsverantwoordelijke deze zonder onredelijke vertraging en, indien mogelijk, uiterlijk 72 uur nadat hij er kennis van heeft genomen, aan de overeenkomstig artikel 55 bevoegde toezichthoudende autoriteit, tenzij het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk in verband met persoonsgegevens een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen. Indien de melding aan de toezichthoudende autoriteit niet binnen 72 uur plaatsvindt, gaat zij vergezeld van een motivering voor de vertraging.
2. De verwerker informeert de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging zodra hij kennis heeft genomen van een inbreuk in verband met persoonsgegevens.
3. In de in lid 1 bedoelde melding wordt ten minste het volgende omschreven of meegedeeld:
a) de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, waar mogelijk onder vermelding van de categorieën van betrokkenen en persoonsgegevensregisters in kwestie en, bij benadering, het aantal betrokkenen en persoonsgegevensregisters in kwestie;
b) de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming of een ander contactpunt waar meer informatie kan worden verkregen;
c) de waarschijnlijke gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens;
d) de maatregelen die de verwerkingsverantwoordelijke heeft voorgesteld of genomen om de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan te pakken, waaronder, in voorkomend geval, de maatregelen ter beperking van de eventuele nadelige gevolgen daarvan.
4. Indien en voor zover het niet mogelijk is om alle informatie gelijktijdig te verstrekken, kan de informatie zonder onredelijke vertraging in stappen worden verstrekt.
5. De verwerkingsverantwoordelijke documenteert alle inbreuken in verband met persoonsgegevens, met inbegrip van de feiten omtrent de inbreuk in verband met persoonsgegevens, de gevolgen daarvan en de genomen corrigerende maatregelen. Die documentatie stelt de toezichthoudende autoriteit in staat de naleving van dit artikel te controleren.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 15 juli 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3302
- ABRvS 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:569
- ABRvS 30 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2187
- Rb. Zeeland-West-Brabant 2 december 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8220
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 september 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5457
- Rb. Noord-Nederland 12 december 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5169
- Rb. Noord-Holland 28 oktober 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:8537
- Rb. Midden-Nederland 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6338
- Rb. Midden-Nederland 9 juni 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:3539
- Rb. Midden-Nederland 30 september 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:5147
- Rb. Midden-Nederland 25 oktober 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4954
- Rb. Limburg 3 april 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:3177
- Rb. Den Haag 7 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:424
- Rb. Den Haag 12 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15444
- Rb. Den Haag 31 maart 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:3090
- Rb. Den Haag 17 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12756