Art. 11 Verordening (EU) 2016/399, Afstempeling van de reisdocumenten
1. De reisdocumenten van onderdanen van derde landen worden bij inreis en bij uitreis systematisch afgestempeld. Er wordt met name een inreis-, respectievelijk uitreisstempel aangebracht in:
a) de grensoverschrijdingsdocumenten van onderdanen van derde landen die voorzien zijn van een geldig visum;
b) de grensoverschrijdingsdocumenten van onderdanen van derde landen aan wie aan de grens een visum wordt afgegeven door een lidstaat;
c) de grensoverschrijdingsdocumenten van onderdanen van derde landen die niet aan de visumplicht zijn onderworpen.
2. De reisdocumenten van onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is, maar niet de in die richtlijn bedoelde verblijfskaart kunnen overleggen, worden bij inreis en bij uitreis afgestempeld.
De reisdocumenten van onderdanen van derde landen die familielid zijn van onderdanen van derde landen die onder het Unierecht inzake vrij verkeer vallen, maar niet de in Richtlijn 2004/38/EG bedoelde verblijfskaart kunnen overleggen, worden bij inreis en bij uitreis afgestempeld.
3. Er wordt geen in- of uitreisstempel aangebracht:
a) in de reisdocumenten van staatshoofden of hoogwaardigheidsbekleders wier aankomst vooraf langs diplomatieke weg officieel is aangekondigd;
b) in de „crew member licences” of „crew member certificates” van piloten respectievelijk bemanningsleden van vliegtuigen;
c) in de reisdocumenten van zeelieden die slechts gedurende het afmeren van hun schip in de binnengevaren haven van een lidstaat verblijven;
d) in de reisdocumenten van bemanningsleden en passagiers van cruiseschepen die overeenkomstig punt 3.2.3 van bijlage VI niet aan grenscontroles zijn onderworpen;
e) in de grensoverschrijdingsdocumenten van onderdanen van Andorra, Monaco en San Marino;
f) in de reisdocumenten van bemanningsleden van passagiers- en goederentreinen op internationale verbindingen;
g) in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen die de in Richtlijn 2004/38/EG bedoelde verblijfskaart overleggen.
Op verzoek van een onderdaan van een derde land kan bij wijze van uitzondering worden afgezien van een in- of uitreisstempel wanneer de afstempeling voor die persoon tot ernstige moeilijkheden zou kunnen leiden. In deze gevallen wordt de in- of uitreis op een afzonderlijk blad geregistreerd met vermelding van de naam en het paspoortnummer van die persoon. Dat blad wordt de betrokken onderdaan van een derde land ter hand gesteld. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen statistieken bijhouden van dergelijke uitzonderingen en kunnen deze statistieken aan de Commissie bezorgen.
4. De praktische regelingen voor het afstempelen zijn opgenomen in bijlage IV.
5. Onderdanen van derde landen worden voor zover mogelijk op de hoogte gebracht van de verplichting voor de grenswachters om hun reisdocument bij inreis en bij uitreis af te stempelen, ook wanneer de controles in overeenstemming met artikel 9 zijn versoepeld.