Art. 22 Richtlijn (EU) 2016/1629, Controle op de naleving
1. De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde instanties te allen tijde kunnen nagaan of op een vaartuig een geldig certificaat aanwezig is overeenkomstig artikel 7 en of het vaartuig voldoet aan de voorschriften voor de afgifte van een dergelijk certificaat.
Indien de voorschriften niet zijn nageleefd, nemen de bevoegde instanties overeenkomstig de leden 2 tot en met 5 van dit artikel passende maatregelen. Voorts verzoeken die instanties de eigenaar van het vaartuig of zijn vertegenwoordiger alle nodige maatregelen te nemen om de situatie binnen een door hen bepaalde termijn recht te zetten.
De bevoegde instantie die het op het vaartuig aanwezige certificaat heeft afgegeven, wordt uiterlijk zeven dagen na de controle op de hoogte gesteld van de niet-naleving.
2. Indien geen geldig certificaat aan boord aanwezig is, kan het vaartuig belet worden zijn vaart voort te zetten.
3. Indien de bevoegde instanties tijdens de controle vaststellen dat het vaartuig een kennelijk gevaar vormt voor de zich aan boord bevindende personen, het milieu of de veiligheid van de scheepvaart, kunnen zij beletten dat het vaartuig zijn vaart voortzet totdat de nodige maatregelen zijn genomen om de situatie recht te zetten.
De bevoegde instanties kunnen ook evenredige maatregelen voorschrijven die het mogelijk maken dat het vaartuig, eventueel na uitvoering van het transport, veilig verder vaart tot een plaats waar het onderzocht of hersteld wordt.
4. Een lidstaat die heeft belet dat een vaartuig zijn vaart voortzet of de eigenaar van het vaartuig of diens vertegenwoordiger in kennis heeft gesteld van zijn voornemen dit te beletten indien de geconstateerde gebreken niet worden verholpen, stelt de bevoegde instantie van de lidstaat die het certificaat van het vaartuig heeft afgegeven of het laatst heeft vernieuwd, binnen zeven dagen in kennis van de maatregelen die hij heeft genomen of van plan is te nemen.
5. Iedere beslissing ter uitvoering van deze richtlijn waardoor de reis van een vaartuig wordt onderbroken, moet grondig met redenen worden omkleed. De betrokkene wordt van die beslissing onverwijld in kennis gesteld, met vermelding van de rechtsmiddelen die volgens het in de betrokken lidstaat geldende recht beschikbaar zijn en de daarvoor gestelde termijnen.