Art. 19 Richtlijn (EU) 2016/1629, Europese scheepsrompendatabank

Richtlijn (EU) 2016/1629

1. De Commissie houdt de EHDB bij om administratieve maatregelen voor de instandhouding van de veiligheid en het navigatiecomfort te ondersteunen en de toepassing van deze richtlijn te garanderen.

Elke verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten vindt plaats overeenkomstig het Unierecht inzake de bescherming van persoonsgegevens, met name Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (9).

Elke verwerking van persoonsgegevens door de Commissie vindt plaats overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (10).

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde instanties voor ieder vaartuig onverwijld de volgende informatie in de EHDB invoeren:

a) de gegevens ter identificatie en beschrijving van het vaartuig overeenkomstig deze richtlijn;

b) de gegevens betreffende de afgegeven, vernieuwde, vervangen en ingetrokken certificaten, en betreffende de bevoegde instantie die het certificaat heeft afgegeven, overeenkomstige deze richtlijn;

c) een digitale kopie van alle overeenkomstig deze richtlijn door bevoegde instanties afgegeven certificaten;

d) de gegevens over alle overeenkomstig deze richtlijn afgewezen of lopende certificaataanvragen, en

e) alle veranderingen van de in de punten a) tot en met d) bedoelde gegevens.

3. De in lid 2 bedoelde gegevens kunnen worden verwerkt door de bevoegde instanties van de lidstaten, partijen bij de Herziene Rijnvaartakte en derde landen die zijn belast met taken in verband met de toepassing van deze richtlijn en van Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad (11) voor de volgende doeleinden:

a) toepassen van deze richtlijn en van Richtlijn 2005/44/EG;

b) waarborgen van binnenscheepvaart- en infrastructuurbeheer;

c) vrijwaren of handhaven van de veiligheid van de scheepvaart;

d) verzamelen van statistische gegevens.

4. De bevoegde instantie van een lidstaat kan persoonsgegevens overdragen aan een derde land of een internationale organisatie, mits die overdracht uitsluitend per geval plaatsvindt en aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2016/679 en met name die opgenomen in hoofdstuk V, is voldaan. De lidstaten waarborgen dat de overdracht noodzakelijk is voor de in lid 3 van dit artikel bedoelde doeleinden. De lidstaten waarborgen dat het derde land of de internationale organisatie de gegevens niet overdraagt aan een ander derde land of een andere internationale organisatie, tenzij dat land of die internationale organisatie hiervoor uitdrukkelijke schriftelijke toestemming heeft verkregen en voldoet aan de door de bevoegde instantie van de lidstaat gestelde voorwaarden.

5. De Commissie kan per geval persoonsgegevens overdragen of toegang tot de EHDB verlenen aan een instantie van een derde land of een internationale organisatie op voorwaarde dat de overdracht of toegang noodzakelijk is voor de in lid 3 van dit artikel bedoelde doeleinden en mits aan de voorschriften van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 45/2001 is voldaan. De Commissie waarborgt dat de overdracht of toegang noodzakelijk is voor de in de lid 3 van dit artikel bedoelde doeleinden. De Commissie waarborgt dat het derde land of de internationale organisatie de gegevens niet overdraagt aan een ander derde land of een andere internationale organisatie, tenzij dat land of die organisatie hiervoor uitdrukkelijke schriftelijke toestemming heeft verkregen en voldoet aan de door de Commissie gestelde voorwaarden.

6. De bevoegde instantie zorgt ervoor dat de gegevens betreffende een vaartuig uit de in lid 1 bedoelde databank worden gewist wanneer dit vaartuig wordt gesloopt.

7. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere bepaling van:

a) de door de lidstaten in de databank in te voeren gegevens;

b) de soorten toegang die zijn toegestaan, rekening houdend met de categorieën ontvangers van gegevens en de in lid 3 van dit artikel bedoelde doeleinden waarvoor die gegevens worden verwerkt;

c) de instructies betreffende het gebruik en de werking van de databank, met name wat betreft gegevensbeveiligingsmaatregelen, codering en verwerking van gegevens en koppeling van de databank met de in artikel 17 bedoelde registers.