Art. 329 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Vaststelling van het douanekantoor van uitgang
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447
1. Tenzij de leden 2 tot en met 7 van toepassing zijn, is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen het douanegebied van de Unie verlaten voor een bestemming buiten dat gebied.
2. In het geval van goederen die het douanegebied van de Unie verlaten via een vaste transportinrichting, is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor van uitvoer.
3. Wanneer de goederen worden geladen op een schip of een luchtvaartuig voor vervoer naar een bestemming buiten het douanegebied van de Unie, is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen in het schip of luchtvaartuig worden geladen.
4. Wanneer de goederen worden geladen op een schip dat geen lijndienst onderhoudt zoals bedoeld in artikel 120 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen in het schip worden geladen.
5. Wanneer goederen na vrijgave voor uitvoer onder een regeling extern douanevervoer worden geplaatst, is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor van vertrek van de regeling douanevervoer.
6. Wanneer goederen na vrijgave voor uitvoer onder een andere regeling douanevervoer dan de regeling extern douanevervoer worden geplaatst, is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor van vertrek van de regeling douanevervoer, op voorwaarde dat aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
a) het douanekantoor van bestemming van het douanevervoer is gelegen in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer;
b) het douanekantoor van bestemming van het douanevervoer is gelegen op de grens van het douanegebied van de Unie en de goederen verlaten dat douanegebied nadat zij door een land of gebied buiten het douanegebied van de Unie zijn vervoerd.
7. Op verzoek is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen in het kader van een enkele overeenkomst voor vervoer uit het douanegebied van de Unie door een spoorwegmaatschappij, de posterijen, een luchtvaart- of scheepvaartmaatschappij ten laste worden genomen, op voorwaarde dat de goederen het douanegebied van de Unie per spoor, per post, door de lucht of over zee verlaten.
8. De leden 4, 5 en 6 zijn niet van toepassing in geval van accijnsgoederen onder schorsing van accijns of goederen die aan uitvoerformaliteiten zijn onderworpen met het oog op de toekenning van uitvoerrestituties in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
9. Wanneer overeenkomstig artikel 274, lid 1, van het wetboek een kennisgeving van wederuitvoer wordt ingediend, is het douanekantoor van uitgang het kantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen in de vrije zone of in tijdelijke opslag zijn.