Art. 333 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Toezicht op goederen die zijn vrijgegeven voor uitgaan en uitwisseling van gegevens tussen douanekantoren

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447

1. Wanneer goederen zijn vrijgegeven voor uitgaan, houdt het douanekantoor van uitgang er toezicht op totdat zij het douanegebied van de Unie hebben verlaten.

2. Wanneer het douanekantoor van uitgang niet hetzelfde is als het douanekantoor van uitvoer, informeert het douanekantoor van uitgang het douanekantoor van uitvoer uiterlijk op de werkdag volgende op de dag waarop de goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten over het uitgaan van de goederen.

In de gevallen zoals bedoeld in de leden 3 tot en met 7 van artikel 329 van deze verordening is de termijn voor het douanekantoor van uitgang om het douanekantoor van uitvoer te informeren over het uitgaan van de goederen echter de volgende:

a) in de gevallen zoals bedoeld in artikel 329, leden 3 en 4, uiterlijk op de werkdag volgende op de dag waarop het schip of luchtvaartuig waarin de goederen zijn geladen, de haven of luchthaven van lading heeft verlaten;

b) in de gevallen zoals bedoeld in artikel 329, lid 5, uiterlijk op de werkdag volgende op de dag waarop de goederen onder de regeling extern douanevervoer zijn geplaatst;

c) in de gevallen zoals bedoeld in artikel 329, lid 6, uiterlijk op de werkdag volgende op de dag waarop de regeling douanevervoer is aangezuiverd;

d) in de gevallen zoals bedoeld in artikel 329, lid 7, uiterlijk op de werkdag volgende op de dag waarop de goederen onder dekking van een enkele overeenkomst voor vervoer ten laste zijn genomen.

3. Wanneer het douanekantoor van uitgang niet hetzelfde is als het douanekantoor van uitvoer en de uitgang van de goederen wordt geweigerd, stelt het douanekantoor van uitgang het douanekantoor van uitvoer uiterlijk in kennis op de werkdag volgende op de dag waarop de uitgang van de goederen is geweigerd.

4. In onvoorziene omstandigheden, wanneer door een aangifte tot uitvoer of tot wederuitvoer gedekte goederen naar een douanekantoor van uitgang worden vervoerd en het douanegebied van de Unie vervolgens via meer dan één douanekantoor van uitgang verlaten, houdt elk douanekantoor van uitgang waar de goederen zijn aangebracht, toezicht op het uitgaan van de goederen die het douanegebied van de Unie verlaten. De douanekantoren van uitgang informeren het douanekantoor van uitvoer over het uitgaan van de goederen onder hun toezicht.

5. Wanneer door een aangifte tot uitvoer of tot wederuitvoer gedekte goederen naar een douanekantoor van uitgang worden vervoerd en het douanegebied van de Unie vervolgens als gevolg van onvoorziene omstandigheden als meer dan één zending verlaten, stelt het douanekantoor van uitgang het douanekantoor van uitvoer in kennis van het uitgaan van elke zending.

6. Wanneer goederen het douanegebied van de Unie verlaten in het geval zoals bedoeld in artikel 329, lid 7, van deze verordening, verstrekt de vervoerder op verzoek van de bevoegde douaneautoriteiten op de plaats van uitgang informatie over deze goederen. Deze informatie bestaat uit een van de volgende zaken:

a) het MRN van de aangifte tot uitvoer;

b) een kopie van de enkele vervoersovereenkomst voor de betrokken goederen;

c) het unieke referentienummer van de zending of het referentienummer van het vervoersdocument en wanneer de goederen in colli of in containers zijn aangebracht, het aantal colli en, indien in containers vervoerd, de identificatienummers van de container.

7. In afwijking van lid 2, onder c), van dit artikel is de termijn voor het douanekantoor van uitgang om het douanekantoor van uitvoer te informeren over het uitgaan van de goederen, tot de datums waarop het geautomatiseerd uitvoersysteem zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU wordt uitgerold, in de gevallen zoals bedoeld in artikel 329, lid 6, van deze verordening, de eerste werkdag na de dag waarop de goederen onder de regeling douanevervoer zijn geplaatst of waarop de goederen het douanegebied van de Unie verlaten of de regeling douanevervoer is aangezuiverd.

8. In afwijking van lid 4 van dit artikel verzamelt het douanekantoor van uitgang waar de zending het eerst is aangebracht, tot de datums waarop het geautomatiseerd uitvoersysteem zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU wordt uitgerold, de resultaten bij uitgang van de andere douanekantoren van uitgang en stelt dit kantoor het douanekantoor van uitvoer in kennis van het uitgaan van de goederen. Dit mag pas gebeuren wanneer alle goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten.

9. In afwijking van lid 5 van dit artikel geldt dat, tot de datums waarop het geautomatiseerd uitvoersysteem zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU wordt uitgerold, wanneer goederen onder dekking van één aangifte tot uitvoer of tot wederuitvoer naar een douanekantoor van uitgang worden vervoerd en het douanegebied van de Unie vervolgens als meer dan één zending verlaten als gevolg van onvoorziene omstandigheden, het douanekantoor van uitgang het douanekantoor van uitvoer pas in kennis stelt van het uitgaan van de goederen wanneer alle goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten.