Art. 245 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, Ontheffing van de verplichting tot indiening van een aangifte vóór vertrek

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446

1. Onverminderd de verplichting tot indiening van een douaneaangifte overeenkomstig artikel 158, lid 1, van het wetboek of van een aangifte tot wederuitvoer overeenkomstig artikel 270, lid 1, van het wetboek, wordt afgezien van de verplichting om een aangifte vóór vertrek in te dienen voor de volgende goederen:

a) elektrische energie;

b) goederen die via een pijpleiding vertrekken;

c) brievenpost;

d) goederen die worden vervoerd krachtens de Akten van de Wereldpostunie;

e) roerende goederen en voorwerpen zoals omschreven in artikel 2, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1186/2009, mits zij niet op grond van een vervoersovereenkomst worden vervoerd;

f) goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers;

g) goederen zoals bedoeld in artikel 140, lid 1, met uitzondering van, in het geval van vervoer op grond van een vervoersovereenkomst:

i) laadborden en reserveonderdelen, toebehoren en uitrusting van laadborden;

ii) containers en reserveonderdelen, toebehoren en uitrusting van containers;

iii) vervoermiddelen en reserveonderdelen, toebehoren en uitrusting van vervoermiddelen;

h) door ATA- en CPD-carnets gedekte goederen;

i) goederen die worden vervoerd onder dekking van formulier 302 krachtens het op 19 juni 1951 te Londen ondertekende verdrag tussen de staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten;

j) goederen die worden vervoerd aan boord van vaartuigen tussen EU-havens zonder dat een haven buiten het douanegebied van de Unie wordt aangedaan;

k) goederen die worden vervoerd aan boord van luchtvaartuigen tussen EU-luchthavens zonder dat een luchthaven buiten het douanegebied van de Unie wordt aangedaan;

l) wapens en militaire uitrusting die door de met de militaire verdediging van een lidstaat belaste autoriteiten buiten het douanegebied van de Unie worden gebracht in het kader van een militair vervoer of een uitsluitend voor de militaire autoriteiten bestemd vervoer;

m) de volgende goederen die het douanegebied van de Unie rechtstreeks verlaten naar offshore installaties die door een in het douanegebied van de Unie gevestigde persoon worden geëxploiteerd:

i) goederen die zijn bestemd voor de bouw, het herstellen, het onderhoud of de verbouwing van de offshore installaties;

ii) goederen die zijn bestemd voor de uitrusting van de offshore installaties;

iii) provisie die is bestemd om op de offshore installaties te worden gebruikt of verbruikt;

n) goederen waarvoor vrijstelling kan worden gevraagd op grond van het Verdrag van Wenen inzake diplomatieke betrekkingen van 18 april 1961, het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963, andere consulaire verdragen of het Verdrag van New York inzake bijzondere missies van 16 december 1969;

o) goederen die worden geleverd om als onderdeel of toebehoren in schepen of luchtvaartuigen te worden gemonteerd, of voor de werking van de motoren, machines en andere uitrusting van schepen of luchtvaartuigen te worden gebruikt, alsook levensmiddelen en andere artikelen bestemd om aan boord te worden verbruikt of verkocht;

p) goederen die vanuit het douanegebied van de Unie worden verzonden naar Ceuta en Melilla, Gibraltar, Helgoland, de Republiek San Marino, Vaticaanstad, de gemeenten Livigno en Campione d’Italia of de Italiaanse wateren van het meer van Lugano vanaf de oever tot aan de politieke grens van de zone tussen Ponte Tresa en Porto Ceresio.

2. In de volgende situaties wordt afgezien van de verplichting om een aangifte vóór vertrek in te dienen:

a) wanneer een schip dat de goederen tussen EU-havens vervoert, een haven buiten het douanegebied van de Unie zal aandoen en de goederen gedurende het verblijf in de haven buiten het douanegebied van de Unie aan boord van het schip zullen blijven;

b) wanneer een luchtvaartuig dat de goederen tussen EU-luchthavens vervoert, een luchthaven buiten het douanegebied van de Unie zal aandoen en de goederen gedurende het verblijf in de luchthaven buiten het douanegebied van de Unie aan boord van het luchtvaartuig zullen blijven;

c) wanneer de goederen, in een haven of luchthaven, niet gelost worden uit het vervoermiddel waarmee ze het douanegebied van de Unie zijn binnengekomen en waarmee ze dat gebied zullen verlaten;

d) wanneer de goederen in een vorige haven of luchthaven in het douanegebied van de Unie werden geladen en daar een aangifte vóór vertrek werd ingediend of een ontheffing van de verplichting tot indiening van een aangifte vóór vertrek gold, en zij in het vervoermiddel blijven waarmee ze het douanegebied van de Unie zullen verlaten;

e) wanneer goederen in tijdelijke opslag of onder de regeling vrije zone van het vervoermiddel waarmee zij naar de ruimte voor tijdelijke opslag of de vrije zone zijn gebracht, onder toezicht van hetzelfde douanekantoor worden overgeladen in of op een vaartuig, luchtvaartuig of trein waarmee zij het douanegebied van de Unie zullen verlaten, mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:

i) de overlading vindt plaats binnen veertien dagen nadat de goederen zijn aangebracht overeenkomstig de artikelen 144 of 245 van het wetboek of, in uitzonderlijke omstandigheden, binnen een langere termijn die door de douaneautoriteiten is toegestaan wanneer de termijn van veertien dagen ontoereikend is rekening houdend met die omstandigheden;

ii) informatie over de goederen ter beschikking staat van de douaneautoriteiten;

iii) de bestemming en de geadresseerde van de goederen niet wijzigen, voor zover de vervoerder bekend is;

f) wanneer goederen het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht, maar door de bevoegde douaneautoriteit zijn geweigerd en onmiddellijk teruggezonden zijn naar het land van uitvoer.