Art. 244 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, Termijn voor de indiening van aangiften vóór vertrek

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446

1. De aangifte vóór vertrek zoals bedoeld in artikel 263 van het wetboek wordt ingediend bij het bevoegde douanekantoor binnen de volgende termijnen:

a) bij vervoer over zee:

i) voor in containers vervoerde goederen, met uitzondering van het onder ii) en iii) bedoelde vervoer: uiterlijk 24 uur voordat zij in het vaartuig worden geladen waarmee zij het douanegebied van de Unie zullen verlaten;

ii) voor in containers vervoerde goederen tussen het douanegebied van de Unie en Groenland, de Faeröer, IJsland of havens aan de Oostzee, Noordzee, Zwarte Zee of Middellandse Zee en alle havens van Marokko: uiterlijk twee uur voor het vertrek uit een haven in het douanegebied van de Unie;

iii) voor in containers vervoerde goederen tussen de Franse overzeese departementen, de Azoren, Madeira of de Canarische Eilanden en een gebied buiten het douanegebied van de Unie, wanneer de reistijd minder dan 24 uur bedraagt: uiterlijk twee uur voor het vertrek uit een haven in het douanegebied van de Unie;

iv) voor niet in containers vervoerde goederen: uiterlijk twee uur voor het vertrek uit een haven in het douanegebied van de Unie;

b) bij vervoer door de lucht: uiterlijk 30 minuten voor het vertrek uit een luchthaven in het douanegebied van de Unie;

c) bij vervoer over de weg en over de binnenwateren: uiterlijk één uur voordat de goederen het douanegebied van de Unie zullen verlaten;

d) bij vervoer per spoor:

i) wanneer de treinreis vanaf het laatste rangeerstation naar het douanekantoor van uitgang minder dan twee uur bedraagt: uiterlijk één uur voor de aankomst van de goederen op de plaats waarvoor het douanekantoor van uitgang bevoegd is;

ii) in alle andere gevallen: uiterlijk twee uur voordat de goederen het douanegebied van de Unie zullen verlaten.

2. Niettegenstaande lid 1 wordt de aangifte vóór vertrek, wanneer deze betrekking heeft op goederen waarvoor een restitutie wordt gevraagd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie (19), ingediend bij het bevoegde douanekantoor uiterlijk op het tijdstip waarop de goederen worden geladen overeenkomstig artikel 5, lid 7, van die verordening.

3. In de volgende situaties is de termijn voor de indiening van de aangifte vóór vertrek die welke geldt voor het actieve vervoermiddel dat wordt gebruikt om het douanegebied van de Unie te verlaten:

a) wanneer de goederen bij het douanekantoor van uitgang zijn aangekomen op een ander vervoermiddel vanwaaruit zij worden overgeladen vóór het verlaten van het douanegebied van de Unie (intermodaal vervoer);

b) wanneer de goederen bij het douanekantoor van uitgang zijn aangekomen op een vervoermiddel dat zelf wordt vervoerd op een actief vervoermiddel bij het verlaten van het douanegebied van de Unie (gecombineerd vervoer).

4. De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde termijnen zijn niet van toepassing in geval van overmacht.