Art. 240 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, Vergunning

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446

1. Een vergunning voor een veredelingsregeling bevat een precieze vermelding van de maatregelen aan de hand waarvan wordt vastgesteld:

a) dat de veredelingsproducten zijn voortgebracht bij de veredeling van onder een veredelingsregeling geplaatste goederen, of

b) dat de voorwaarden voor het gebruik van equivalente goederen overeenkomstig artikel 223 van het wetboek of het systeem uitwisselingsverkeer overeenkomstig artikel 261 van het wetboek vervuld zijn.

2. Er kan vergunning voor actieve veredeling worden verleend voor bij de productie gebruikte hulpmiddelen in de zin van artikel 5, punt 37, onder e), van het wetboek, met uitzondering van:

a) brandstof en energiebronnen, andere dan die welke nodig zijn voor het testen van veredelingsproducten of voor het opsporen van defecten in onder de regeling geplaatste goederen die moeten worden hersteld;

b) smeermiddelen, andere dan die welke nodig zijn voor het proefdraaien, het calibreren, het afstellen of uit de gietvorm nemen van veredelingsproducten;

c) uitrusting en gereedschap.

3. Er wordt slechts vergunning voor actieve veredeling verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de goederen kunnen na behandeling niet meer op economisch verantwoorde wijze worden teruggebracht tot de soort waartoe zij behoorden of tot de staat waarin zij zich bevonden toen zij onder de regeling werden geplaatst;

b) het gebruik van de regeling kan er niet toe leiden dat de oorsprongsregels en kwantitatieve beperkingen die van toepassing zijn op de ingevoerde goederen, worden omzeild.

De eerste alinea is niet van toepassing wanneer het bedrag aan invoerrechten is bepaald overeenkomstig artikel 86, lid 3, van het wetboek.