Art. 168 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Algemene bepalingen
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35
1. De ondermodule aandelenrisico als bedoeld in punt b) van de tweede alinea van artikel 105, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG omvat een ondermodule risico voor aandelen van type 1 en een ondermodule risico voor aandelen van type 2.
2. Aandelen van type 1 omvatten aandelen die noteren aan de gereglementeerde markten in de landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) of de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).
3. Aandelen van type 2 omvatten aandelen die noteren aan aandelenbeurzen in landen die geen lid zijn van de EER of de OESO, niet-genoteerde aandelen, grondstoffen en andere alternatieve beleggingen. Zij omvatten ook alle activa behalve die welke vallen onder de ondermodule renterisico, de ondermodule vastgoedrisico of de ondermodule spreadrisico, inclusief de activa en indirecte blootstellingen als bedoeld in artikel 84, leden 1 en 2, indien een doorkijkbenadering niet mogelijk is en de verzekerings- of herverzekeringsonderneming geen gebruik maakt van de bepalingen in artikel 84, lid 3.
4. Het kapitaalvereiste voor het aandelenrisico is gelijk aan het volgende:
waarbij:
(a) SCRtype 1 equities staat voor het kapitaalvereiste voor aandelen van type 1;
(b) SCRtype 2 equities staat voor het kapitaalvereiste voor aandelen van type 2.
5. Voor de impact van de onmiddellijke dalingen als vastgesteld in de artikelen 169 en 170 op de waarde van deelnemingen als bedoeld in artikel 92, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG in financiële en kredietinstellingen wordt alleen de waarde in aanmerking genomen van de deelnemingen die niet van het eigen vermogen worden afgetrokken ingevolge artikel 68 van deze verordening.
6. De volgende aandelen worden in ieder geval als van type 1 beschouwd:
(a) aandelen die worden aangehouden binnen instellingen voor collectieve beleggingen welke kwalificerende sociaalondernemerschapsfondsen zijn als bedoeld in artikel 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en van de Raad (8) indien de doorkijkbenadering als vastgesteld in artikel 84 van deze verordening mogelijk is voor alle blootstellingen binnen de instelling voor collectieve belegging, of rechten van deelneming of aandelen van die instellingen indien de doorkijkbenadering niet mogelijk is voor alle blootstellingen binnen de instelling voor collectieve belegging;
(b) aandelen die worden aangehouden binnen instellingen voor collectieve beleggingen welke kwalificerende durfkapitaalfondsen zijn als bedoeld in artikel 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 345/2013 indien de doorkijkbenadering als vastgesteld in artikel 84 van deze verordening mogelijk is voor alle blootstellingen binnen de instelling voor collectieve belegging, of rechten van deelneming of aandelen van die instellingen indien de doorkijkbenadering niet mogelijk is voor alle blootstellingen binnen de instelling voor collectieve belegging;
(c) ten aanzien van alternatieve beleggingsinstellingen van het closed-end-type en zonder hefboomfinanciering die in de Unie gevestigd zijn of, als zij niet in de Unie gevestigd zijn, in de Unie verhandeld worden overeenkomstig de artikelen 35 of 40 van Richtlijn 2011/61/EU:
i) binnen dergelijke instellingen aangehouden aandelen indien de doorkijkbenadering als vastgesteld in artikel 84 van deze verordening mogelijk is voor alle blootstellingen binnen de alternatieve beleggingsinstelling;
ii) rechten van deelneming of aandelen van dergelijke instellingen indien de doorkijkbenadering niet mogelijk is voor alle blootstellingen binnen de alternatieve beleggingsinstelling.