Art. 6 Besluit (EU) 2015/1333
1. In overeenstemming met de punten 5 tot en met 9 van UNSCR 2146 (2014) mogen de lidstaten op volle zee aangewezen schepen inspecteren met alle op deze specifieke omstandigheden afgestemde maatregelen, en met inachtneming van het internationaal humanitair recht en de internationale wetgeving inzake mensenrechten, waar van toepassing, om die inspecties uit te voeren en het desbetreffende schip ertoe te bewegen de ruwe olie, met de toestemming van en in samenwerking met de Libische regering, naar Libië terug te transporteren.
2. Alvorens een inspectie als bedoeld in lid 1 uit te voeren, vragen de lidstaten de vlaggenstaat van het schip om toestemming.
3. Lidstaten die een inspectie als bedoeld in lid 1 uitvoeren, brengen het Comité onverwijld verslag uit over de inspectie, met de relevante gegevens, waaronder hun inspanningen om de vlaggenstaat van het schip om toestemming te vragen.
4. Lidstaten die inspecties als bedoeld in lid 1 uitvoeren, zorgen ervoor dat de inspecties uitgevoerd worden door oorlogsschepen en schepen die eigendom zijn van of geëxploiteerd worden door een staat en alleen voor niet-commerciële overheidsdiensten worden gebruikt.
5. Lid 1 doet geen afbreuk aan de rechten, plichten of verantwoordelijkheden van lidstaten met betrekking tot het internationaal recht, inclusief de rechten en plichten uit hoofde van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, zoals het algemene beginsel van de uitsluitende bevoegdheid van een vlaggenstaat over zijn schepen op volle zee, met betrekking tot niet-aangewezen schepen en in andere situaties dan bedoeld in voornoemd lid.
6. Bijlage V bij dit besluit bevat de gegevens over de in lid 1 bedoelde vaartuigen die door het Comité overeenkomstig punt 11 van UNSCR 2146 (2014) zijn aangewezen.