Art. 4 Verordening (EU) nr. 1299/2014, Specifieke gevallen
Verordening (EU) nr. 1299/2014
1. Bij de beoordeling van de interoperabiliteit van de in punt 7.7 van de bijlage bij deze verordening bedoelde specifieke gevallen moet overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Richtlijn 2008/57/EG worden nagegaan of die specifieke gevallen voldoen aan de nationale voorschriften die gelden in de lidstaat die toestemming verleent voor de inbedrijfstelling van het subsysteem waarop deze verordening betrekking heeft.
2. Binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening stelt elke lidstaat de andere lidstaten en de Commissie in kennis van de volgende informatie:
a) de in lid 1 bedoelde nationale voorschriften;
b) de conformiteitsbeoordelings- en keuringsprocedures die moeten worden gevolgd voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde nationale voorschriften;
c) de instanties die overeenkomstig artikel 17, lid 3, van Richtlijn 2008/57/EG zijn aangewezen om de conformiteitsbeoordelings- en keuringsprocedures toe te passen in de in punt 7.7 van de bijlage vermelde specifieke gevallen.