Art. 5 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Accreditering

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014

1. De bevoegde autoriteit wijst de in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde certificerende instantie aan.

2. De certificerende instantie organiseert haar werk op een doelmatige en doeltreffende manier en verricht haar controles binnen een adequaat tijdsbestek, rekening houdend met de aard en de termijn van de verrichtingen voor het betrokken begrotingsjaar.

3. Het oordeel dat de certificerende instantie overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet geven, wordt jaarlijks opgesteld.

Dat oordeel wordt gebaseerd op de overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de onderhavige verordening verrichte auditwerkzaamheden.

4. De certificerende instantie stelt een verslag over haar bevindingen op. Het verslag heeft betrekking op de gedelegeerde functies. In het verslag wordt, voor de door het verslag bestreken periode, vermeld:

a) of het betaalorgaan aan de accrediteringscriteria heeft voldaan;

b) of de procedures van het betaalorgaan redelijke garanties hebben geboden dat enerzijds de aan de Fondsen in rekening gebrachte uitgaven in overeenstemming met de Unievoorschriften zijn gedaan, en deze procedures dus hebben gegarandeerd dat de onderliggende verrichtingen wettelijk en regelmatig waren, en dat anderzijds eventuele aanbevelingen voor verbeteringen zijn opgevolgd;

c) of de in artikel 29 bedoelde jaarrekeningen in overeenstemming waren met de boeken en registraties van het betaalorgaan;

d) of de staten van de uitgaven en van de interventieverrichtingen een materieel waarheidsgetrouw, volledig en nauwkeurig beeld gaven van de aan de Fondsen in rekening gebrachte verrichtingen;

e) of de financiële belangen van de Unie naar behoren werden beschermd wat de betaalde voorschotten, de verkregen zekerheden, de interventievoorraden en de te innen bedragen betreft.

Het verslag bevat tevens informatie over het aantal personeelsleden die het accountantsonderzoek hebben uitgevoerd, en hun vakbekwaamheid, over de verrichte werkzaamheden, over het aantal onderzochte verrichtingen, over het materialiteitsniveau en het betrouwbaarheidsniveau die zijn bereikt, over de eventueel geconstateerde tekortkomingen en de ter verbetering gedane aanbevelingen en over de activiteiten niet alleen van de certificerende instantie, maar ook van andere auditorganisaties, binnen en buiten het betaalorgaan, waarop de zekerheid die de certificerende instantie ten aanzien van de gerapporteerde aangelegenheden heeft verkregen, geheel of ten dele is gebaseerd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen