Art. 1 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Procedure voor de accreditering van betaalorganen

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014

1. De lidstaten wijzen een autoriteit op ministerieel niveau aan die verantwoordelijk is voor:

a) het toekennen, controleren en intrekken van de accreditering van de betaalorganen;

b) het uitvoeren van de in het kader van dit hoofdstuk aan de bevoegde autoriteit toegewezen taken.

2. De bevoegde autoriteit beslist door een formeel besluit over het toekennen of het, na een controle, intrekken van de accreditering van het betaalorgaan op basis van een onderzoek van de in artikel 1, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 bedoelde accrediteringscriteria (hierna „de accrediteringscriteria”). De bevoegde autoriteit informeert de Commissie onverwijld over accrediteringen of intrekkingen van accrediteringen.

3. De bevoegde autoriteit wijst een auditorganisatie aan om vóór de toekenning van de accreditering een onderzoek uit te voeren (aan de accreditering voorafgaande controle). De auditorganisatie is een auditautoriteit of een andere openbare of particuliere organisatie of organisatorische eenheid van een autoriteit die de vereiste expertise, vaardigheden en capaciteit heeft om audits te verrichten. De auditorganisatie is onafhankelijk van het te accrediteren betaalorgaan.

Het onderzoek (aan de accreditering voorafgaande controle) dat door de auditorganisatie wordt uitgevoerd, heeft met name betrekking op:

a) de bestaande procedures en systemen voor het autoriseren en uitvoeren van betalingen;

b) de scheiding van de functies en de geschiktheid van de interne en de externe controle ten aanzien van de verrichtingen die worden gefinancierd door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) (hierna „de Fondsen”);

c) de mate waarin de bestaande procedures en systemen, waaronder risicogebaseerde fraudebestrijdingsmaatregelen, geschikt zijn om de begroting van de Unie te beschermen;

d) de beveiliging van informatiesystemen;

e) het voeren van de boekhouding.

De auditorganisatie stelt een verslag op over de verrichte auditwerkzaamheden, de resultaten van die werkzaamheden en de beoordeling van de vraag of het betaalorgaan aan de accrediteringscriteria voldoet. Het verslag wordt overgelegd aan de bevoegde autoriteit, die vervolgens het accrediteringsbesluit vaststelt wanneer zij zich ervan heeft vergewist dat het betaalorgaan aan de accrediteringscriteria voldoet.

4. Indien het betaalorgaan naar het oordeel van de bevoegde autoriteit niet aan de accrediteringscriteria voldoet, stelt de bevoegde autoriteit het betaalorgaan in kennis van de specifieke voorwaarden waaraan het moet voldoen vooraleer de accreditering kan worden verleend.

In afwachting van de tenuitvoerlegging van de veranderingen die voor het vervullen van dergelijke specifieke voorwaarden vereist zijn, kan de accreditering voorlopig worden verleend voor een periode die wordt vastgesteld met inachtneming van de ernst van de geconstateerde problemen en die niet langer is dan twaalf maanden. In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de Commissie op verzoek van de betrokken lidstaat een verlenging van die periode toestaan.

5. De in artikel 102, lid 1, eerste alinea, onder a), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde informatie wordt verstrekt onmiddellijk nadat het betaalorgaan voor het eerst is geaccrediteerd en in elk geval voordat door het betrokken betaalorgaan verrichte uitgaven in rekening worden gebracht aan de Fondsen. Die informatie gaat vergezeld van verklaringen en documenten over:

a) de aan het betaalorgaan opgedragen verantwoordelijkheden;

b) de verdeling van de verantwoordelijkheden over de diensten van het betaalorgaan;

c) de betrekkingen tussen het betaalorgaan en andere, openbare of particuliere instanties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van maatregelen in het kader waarvan het betaalorgaan uitgaven in rekening brengt aan de Fondsen;

d) de procedures voor de ontvangst, de verificatie en de validering van de aanvragen van de begunstigden en de procedures voor het autoriseren, het betalen en het boeken van de uitgaven;

e) de bepalingen inzake de beveiliging van de informatiesystemen;

f) het verslag over de door de auditorganisatie verrichte, aan de accreditering voorafgaande controle als bedoeld in lid 3.

6. De Commissie meldt aan het Comité voor de Landbouwfondsen welke betaalorganen in elke lidstaat zijn geaccrediteerd.

Volgende artikelen