Art. 34 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Conformiteitsgoedkeuring

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014

1. Wanneer de Commissie constateert dat uitgaven niet overeenkomstig de Unievoorschriften zijn gedaan, bepaalt zij de van Uniefinanciering uit te sluiten uitgaven aan de hand van haar eigen bevindingen en met inachtneming van door de lidstaten beschikbaar gestelde gegevens, op voorwaarde dat die laatstbedoelde gegevens worden verstrekt binnen de termijnen die de Commissie heeft vastgesteld in het kader van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure die wordt toegepast overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en het onderhavige artikel.

2. Indien de Commissie als gevolg van een onderzoek van mening is dat uitgaven niet overeenkomstig de Unievoorschriften zijn gedaan, deelt zij haar bevindingen aan de betrokken lidstaat mee en geeft zij daarbij aan welke correctiemaatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat die voorschriften in de toekomst worden nageleefd, en welk voorlopig niveau van financiële correctie zij in die fase van de procedure als conform haar bevindingen beschouwt. In deze mededeling wordt ook vermeld wanneer een bilaterale vergadering zal worden gehouden gedurende de periode van vier maanden na afloop van de voor de lidstaat vastgestelde antwoordtermijn. In de mededeling wordt naar dit artikel verwezen.

De lidstaat antwoordt uiterlijk twee maanden na de mededeling te hebben ontvangen. De lidstaat wordt in de gelegenheid gesteld om in zijn antwoord met name:

a) ten genoegen van de Commissie aan te tonen dat de werkelijke omvang van de niet-naleving of van het risico voor het Fonds geringer is dan door de Commissie is aangegeven;

b) de Commissie in kennis te stellen van de correctiemaatregelen die hij heeft genomen om ervoor te zorgen dat de Unievoorschriften worden nageleefd, en van de feitelijke datum van tenuitvoerlegging van deze maatregelen.

In gevallen waarin dat gerechtvaardigd is, kan de Commissie op een met redenen omkleed verzoek van de lidstaat een verlenging van de termijn van twee maanden met maximaal twee maanden toestaan. Het verzoek moet vóór het verstrijken van die termijn tot de Commissie worden gericht.

Lidstaten die een bilaterale vergadering niet nodig achten, stellen de Commissie daarvan in kennis in de hierboven bedoelde mededeling.

3. Tijdens de bilaterale vergadering pogen beide partijen tot overeenstemming te komen over de te nemen maatregelen en over de beoordeling van de ernst van de overtreding en van de aan de Uniebegroting toegebrachte financiële schade.

De Commissie stelt binnen 30 werkdagen na de bilaterale vergadering de notulen op en zendt deze toe aan de lidstaat. De lidstaat heeft met ingang van de ontvangst van de notulen 15 werkdagen de tijd om eventuele opmerkingen in te dienen bij de Commissie.

Uiterlijk zes maanden na toezending van de notulen van de bilaterale vergadering deelt de Commissie haar conclusies formeel aan de lidstaat mee op basis van de in het kader van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure ontvangen gegevens. Deze mededeling bevat een evaluatie van de uitgaven die van Uniefinanciering moeten worden uitgesloten krachtens artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 12 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014. In de mededeling wordt verwezen naar artikel 40, lid 1, van de onderhavige verordening.

4. Indien een lidstaat gebruik heeft gemaakt van de in artikel 40 bedoelde bemiddelingsprocedure, deelt de Commissie deze lidstaat haar conclusies mee uiterlijk zes maanden na:

a) het verslag van het bemiddelingsorgaan te hebben ontvangen, of

b) na van de lidstaat aanvullende informatie te hebben ontvangen binnen de in artikel 40, lid 3, tweede alinea, bedoelde termijn, mits aan de voorwaarden van lid 6 van het onderhavige artikel is voldaan.

5. Om de leden 3 en 4 binnen de respectieve termijnen te kunnen toepassen, moet de Commissie de beschikking hebben over alle informatie die in dat specifieke stadium van de procedure relevant is. Vindt de Commissie dat zij niet over voldoende informatie beschikt, dan kan zij op elk moment binnen de in de leden 3 en 4 bedoelde termijnen:

a) een verzoek om aanvullende informatie aan de lidstaat richten, waarop deze uiterlijk twee maanden na de mededeling te hebben ontvangen, op moet antwoorden, en/of

b) de lidstaat in kennis stellen van haar voornemen om een aanvullend auditbezoek af te leggen teneinde de nodige verificaties te verrichten.

In dat geval gaan de in de leden 3 en 4 bedoelde termijnen in hetzij zodra de Commissie de gevraagde aanvullende informatie ontvangt, hetzij op de laatste dag van het aanvullende auditbezoek.

6. Bij de evaluatie van de van Uniefinanciering uit te sluiten uitgaven mag de informatie die de lidstaat na de in lid 3, tweede alinea, bedoelde formele mededeling van de Commissie meedeelt, alleen in aanmerking worden genomen:

a) wanneer die nodig is om een grove overschatting van de financiële schade aan de Uniebegroting te voorkomen, en

b) indien de late indiening van informatie vanwege externe factoren gerechtvaardigd is en niet belet dat het besluit van de Commissie op grond van artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 tijdig wordt vastgesteld.

7. Na haar conclusies overeenkomstig artikel 34, lid 3 of lid 4, van de onderhavige verordening aan de lidstaten te hebben meegedeeld, stelt de Commissie zo nodig overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 een of meer besluiten vast om door de niet-naleving van Unievoorschriften beïnvloede uitgaven uit te sluiten van Uniefinanciering. De Commissie kan opeenvolgende conformiteitsgoedkeuringsprocedures voeren totdat de lidstaat de correctiemaatregelen daadwerkelijk ten uitvoer heeft gelegd.

8. Wat het ELGF betreft, brengt de Commissie de aan Uniefinanciering te onttrekken bedragen in mindering op de maandelijkse betalingen voor de uitgaven die zijn gedaan in de tweede maand nadat het in artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde besluit is vastgesteld.

Wat het Elfpo betreft, brengt de Commissie de aan Uniefinanciering te onttrekken bedragen in mindering op de volgende betaling waarvoor de uitgavendeclaratie door de lidstaat is ingediend nadat het in artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde besluit is vastgesteld.

Op verzoek van de lidstaat en na raadpleging van het Comité voor de Landbouwfondsen kan de Commissie echter een besluit vaststellen waarin een andere datum voor het in mindering brengen van de bedragen wordt vastgesteld of de terugbetaling daarvan in één of meer termijnen wordt toegestaan wanneer dit gerechtvaardigd is op grond van de hoogte van de in mindering te brengen bedragen die zijn opgenomen in een op basis van artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 vastgestelde uitvoeringshandeling.

9. In naar behoren gemotiveerde gevallen, die aan de lidstaten moeten worden gemeld, kan de Commissie de in de leden 3 en 4 bedoelde termijnen verlengen.

10. De leden 1 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing op de bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen