Art. 32 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Bewaring van de boekhoudgegevens

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014

1. De bewijsstukken betreffende de door het ELGF gefinancierde uitgaven en de door dit Fonds te innen bestemmingsontvangsten worden ter beschikking van de Commissie gehouden gedurende ten minste drie jaar na het jaar waarin de Commissie de rekeningen over het betrokken begrotingsjaar overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 heeft goedgekeurd.

2. De bewijsstukken betreffende de door het Elfpo gefinancierde uitgaven en de door dit Fonds te innen bestemmingsontvangsten worden ter beschikking van de Commissie gehouden gedurende ten minste drie jaar na het jaar waarin de eindbetaling door het betaalorgaan heeft plaatsgevonden.

3. In geval van onregelmatigheden of nalatigheid worden de in de leden 1 en 2 bedoelde bewijsstukken ter beschikking van de Commissie gehouden gedurende ten minste drie jaar na het jaar waarin de betrokken, van de begunstigde teruggevorderde bedragen volledig zijn geïnd en aan de Fondsen zijn gecrediteerd of waarin de financiële gevolgen van de niet-inning zijn bepaald overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

4. In het geval van een conformiteitsgoedkeuringsprocedure als bedoeld in artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, worden de in de leden 1 en 2 van het onderhavige artikel bedoelde bewijsstukken ter beschikking van de Commissie gehouden gedurende ten minste één jaar na het jaar waarin die procedure wordt beëindigd, of, indien een conformiteitsbesluit het voorwerp is van een gerechtelijke procedure bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, gedurende ten minste één jaar na het jaar waarin die gerechtelijke procedure wordt beëindigd.

5. De in de leden 1 tot en met 4 bedoelde bewijsstukken worden op papier, in elektronische vorm of in beide vormen ter beschikking van de Commissie gehouden.

Deze bewijsstukken mogen alleen in uitsluitend elektronische vorm worden bewaard indien de nationale wetgeving van de betrokken lidstaat het gebruik van elektronische documenten als bewijs van onderliggende verrichtingen in de nationale rechtsgang toestaat.

Als de bewijsstukken uitsluitend in elektronische vorm worden bewaard, moet het daartoe gebruikte systeem voldoen aan bijlage I, deel 3(B), van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014.

Vorige artikelen

Volgende artikelen