Art. 21 Verordening (EU) nr. 806/2014, Afschrijving en omzetting van kapitaalinstrumenten
1. De afwikkelingsraad oefent overeenkomstig de procedure van artikel 18 de bevoegdheden tot afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten uit ten aanzien van de in artikel 7, lid 2, bedoelde entiteiten en groepen en van de in artikel 7, lid 4, onder b), en lid 5, bedoelde entiteiten en groepen als aan de voorwaarden voor de toepassing van deze leden is voldaan, maar alleen als hij op zijn bestuursvergadering, na ontvangst van een mededeling als bedoeld in de tweede alinea of op eigen initiatief, van oordeel is dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) voordat er een afwikkelingsmaatregel wordt genomen, is vastgesteld dat de in de artikelen 16 en 18 bedoelde afwikkelingsvoorwaarden zijn vervuld;
b) de entiteit niet langer levensvatbaar zal zijn tenzij de relevante kapitaalinstrumenten worden afgeschreven of in eigen vermogen worden omgezet;
c) in het geval van door een dochteronderneming uitgegeven relevante kapitaalinstrumenten die voor het vervullen van de eigenvermogensvereisten op individuele en geconsolideerde basis zijn erkend, de groep niet langer levensvatbaar zal zijn tenzij met betrekking tot deze instrumenten de afschrijvings- of omzettingsbevoegdheid wordt uitgeoefend;
d) in het geval van op het niveau van de moederonderneming uitgegeven relevante kapitaalinstrumenten en indien die relevante kapitaalinstrumenten voor het vervullen van de eigenvermogensvereisten op individuele basis op het niveau van de moederonderneming of op geconsolideerde basis zijn erkend,de groep niet langer levensvatbaar zal zijn tenzij met betrekking tot deze instrumenten de afschrijvings- of omzettingsbevoegdheid wordt uitgeoefend;
e) de entiteit of groep heeft buitengewone openbare financiële steun nodig, behalve onder één van de omstandigheden als beschreven in artikel 18, lid 4, punt d), onder iii).
Of aan de in de eerste alinea, punten a), c) en d), bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt beoordeeld door de ECB na raadpleging van de afwikkelingsraad. De afwikkelingsraad kan op zijn bestuursvergadering ook een dergelijke beoordeling uitvoeren.
2. Wat de beoordeling van de levensvatbaarheid van de entiteit of groep betreft, kan de afwikkelingsraad op zijn bestuursvergadering een beoordeling in die zin maken maar enkel nadat hij de ECB van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld en de ECB niet zelf binnen drie kalenderdagen na ontvangst van die informatie een beoordeling in die zin maakt. De ECB verstrekt de afwikkelingsraad onverwijld alle relevante informatie die de afwikkelingsraad opvraagt teneinde zijn beoordeling te kunnen maken.
3. Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel wordt een in artikel 2 bedoelde entiteit of een groep geacht niet langer levensvatbaar te zijn indien beide onderstaande voorwaarden zijn vervuld:
a) de entiteit of groep faalt of zal waarschijnlijk falen;
b) gezien het tijdsbestek en andere ter zake doende omstandigheden valt redelijkerwijze niet te verwachten dat een andere maatregel, inclusief alternatieve maatregelen van de particuliere sector of van een toezichthouder (met inbegrip van vroegtijdige-interventiemaatregelen), dan de afschrijving of omzetting van de relevante kapitaalinstrumenten, hetzij afzonderlijk, hetzij in combinatie met een afwikkelingsmaatregel, het falen van de betrokken entiteit of groep binnen een redelijk tijdsbestek zou voorkomen.
4. Voor de toepassing van lid 3, punt a), van dit artikel wordt een entiteit beschouwd als een entiteit die faalt of waarschijnlijk zal falen als zich ten minste één van de in artikel 18, lid 4, bedoelde omstandigheden voordoet.
5. Voor de toepassing van lid 3, punt a), wordt een groep beschouwd als een groep die faalt of waarschijnlijk zal falen indien de groep op haar geconsolideerde prudentiële vereisten op zodanige wijze inbreuk maakt, of er objectieve elementen bestaan ter ondersteuning van de vaststelling dat de groep op de genoemde vereisten in de nabije toekomst op zodanige wijze inbreuk zal maken, dat een optreden door de ECB of de nationale bevoegde autoriteit gerechtvaardigd zou zijn, onder meer, doch niet uitsluitend, vanwege het feit dat de groep verliezen heeft geleden of waarschijnlijk zal lijden die haar eigen vermogen geheel of aanmerkelijk uitputten.
6. Een door een dochteronderneming uitgegeven relevante kapitaalinstrument wordt niet in grotere mate afgeschreven of tegen ongunstiger voorwaarden omgezet als bedoeld in artikel 59, lid 3, punt c), van Richtlijn 2014/59/EU dan kapitaalinstrumenten van dezelfde rang die op het niveau van de moederonderneming zijn afgeschreven of omgezet.
7. Ingeval aan één of meerdere van de in lid 1 gestelde voorwaarden wordt voldaan, bepaalt de afwikkelingsraad conform de in artikel 18 opgenomen procedure of de bevoegdheden om de relevante kapitaalinstrumenten af te schrijven of om te zetten afzonderlijk, dan wel, volgens de in artikel 18 beschreven procedure, in combinatie met een afwikkelingsmaatregel moeten worden uitgeoefend.
8. Indien de afwikkelingsraad, handelend volgens de in artikel 18 van deze verordening opgenomen procedure vaststelt dat een of meer van de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden zijn vervuld, maar dat niet aan de in artikel 18, lid 2, van deze verordening gestelde afwikkelingsvoorwaarden wordt voldaan, geeft hij de nationale afwikkelingsautoriteiten onverwijld de instructie de afschrijvings- of de omzettingsbevoegdheid conform de artikelen 59 en 60 van Richtlijn 2014/59/EU uit te oefenen.
De afwikkelingsraad draagt er zorg voor dat, alvorens de nationale afwikkelingsautoriteiten de bevoegdheid om de relevante kapitaalinstrumenten af te schrijven of om te zetten uitoefenen, overeenkomstig artikel 20, leden 1 tot en met 15, een waardering van de activa en passiva van een in artikel 2 bedoelde entiteit of een groep wordt verricht. Deze waardering vormt de basis voor de berekening van de afschrijving die op de relevante kapitaalinstrumenten moet worden toegepast om de verliezen op te vangen, en van de omvang van de omzetting die op de relevante kapitaalinstrumenten moet worden toegepast om de entiteit bedoeld in artikel 2 of de groep te herkapitaliseren.
9. Indien aan een of meer van de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan en ook aan de in artikel 16, lid 1, bedoelde voorwaarden is voldaan, is de in artikel 18, leden 6, 7 en 8, opgenomen procedure van toepassing.
10. De afwikkelingsraad draagt er zorg voor dat de nationale afwikkelingsautoriteiten de afschrijvings- of de omzettingsbevoegdheden onverwijld, met inachtneming van de in artikel 17 vermelde rangorde van vorderingen en op zodanige wijze uitoefenen dat dit de volgende resultaten oplevert:
a) tier 1-kernkapitaalbestanddelen worden eerst verlaagd in verhouding tot de verliezen en tot de volledige omvang ervan;
b) de hoofdsom van de aanvullende tier-1-bestanddelen wordt afgeschreven of omgezet in tier 1-kernkapitaalinstrumenten, dan wel beide, in de mate die noodzakelijk is om de in artikel 14 beschreven afwikkelingsdoelstellingen te bereiken of tot de volledige omvang van de relevante kapitaalinstrumenten, al naargelang hetgeen lager is:
c) de hoofdsom van de aanvullende tier 2-instrumenten wordt afgeschreven of omgezet in tier 1-kernkapitaalinstrumenten, dan wel beide, in de mate die noodzakelijk is om de in artikel 14 bedoelde afwikkelingsdoelstellingen te bereiken of tot de volledige omvang van de relevante kapitaalinstrumenten, al naargelang hetgeen lager is.
11. De nationale afwikkelingsautoriteiten voeren de instructies van de afwikkelingsraad uit en gaan overeenkomstig artikel 29 over tot de afschrijving of omzetting van de relevante kapitaalinstrumenten.