Art. 24 Verordening (EU) nr. 806/2014, Instrument van verkoop van de onderneming

Verordening (EU) nr. 806/2014

1. Binnen de afwikkelingsregeling bestaat het instrument van verkoop van de onderneming in de overdracht aan een koper die geen overbruggingsinstelling is, in het volgende:

a) eigendomsinstrumenten die zijn uitgegeven door een instelling in afwikkeling; of

b) alle of bepaalde activa, rechten of passiva van een instelling in afwikkeling.

2. In verband met het instrument van de verkoop van de onderneming wordt in de afwikkelingsregeling het volgende vastgelegd:

a) de in overeenstemming met artikel 38, leden 1 en 7 tot en met 11, van Richtlijn 2014/59/EU door de nationale afwikkelingsautoriteit over te dragen instrumenten, activa, rechten en verplichtingen;

b) de commerciële voorwaarden, gezien de omstandigheden en de in de loop van het afwikkelingsproces gemaakte kosten en verrichte uitgaven, waaronder de nationale afwikkelingsautoriteit overeenkomstig artikel 38, leden 2, 3 en 4, van Richtlijn 2014/59/EU de overdracht moet uitvoeren;

c) of de nationale afwikkelingsautoriteit de overdrachtbevoegdheden meer dan eens mag uitoefenen in overeenstemming met artikel 38, leden 5 en 6, van Richtlijn 2014/59/EU;

d) de regelingen voor de verkoop door de nationale afwikkelingsautoriteit van de betrokken entiteit of de betrokken instrumenten, activa, rechten en verplichtingen in overeenstemming met artikel 39, leden 1 en 2, van Richtlijn 2014/59/EU;

e) of het waarschijnlijk is dat de inachtneming van de verkoopsvoorwaarden door de nationale afwikkelingsautoriteit de afwikkelingsdoelstellingen zal ondermijnen in de zin van lid 3 van dit artikel.

3. De afwikkelingsraad past het instrument van verkoop van de onderneming toe zonder aan de in lid 2, punt e), opgenomen voorwaarden voor de verkoop te voldoen wanneer hij vaststelt dat inachtneming van deze voorwaarden waarschijnlijk een of meer van de afwikkelingsdoelstellingen zou ondermijnen, en met name indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) hij is van oordeel dat het falen of het waarschijnlijke falen van de instelling in afwikkeling een wezenlijke bedreiging van de financiële stabiliteit vormt of die dreiging verergert; en

b) hij is van oordeel dat het naleven van die vereisten de doelmatigheid van het instrument van verkoop van de onderneming zal aantasten wat betreft het wegnemen van die bedreiging of het verwezenlijken van de in artikel 14, lid 2, punt b), vermelde afwikkelingsdoelstelling zou ondermijnen.

Verwijst naar

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen