Art. 6 Verordening (EU) nr. 702/2014, Stimulerend effect
1. Deze verordening is slechts van toepassing op steun die een stimulerend effect heeft.
2. Steun wordt geacht een stimulerend effect te hebben als de begunstigde ervan, voordat de werkzaamheden in het kader van het project of de activiteit zijn gestart, bij de betrokken lidstaat een schriftelijke steunaanvraag heeft ingediend. De steunaanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:
a) de naam en de grootte van de onderneming;
b) een beschrijving van het project of de activiteit, met inbegrip van de start- en einddatum;
c) de plaats van het project of de activiteit;
d) een lijst van de in aanmerking komende kosten;
e) soort overheidsfinanciering (subsidie, lening, garantie, terugbetaalbaar voorschot of een andere vorm) en bedrag daarvan die nodig zijn voor het project of de activiteit.
3. Ad-hocsteun voor grote ondernemingen wordt geacht een stimulerend effect te hebben als de lidstaat er niet alleen op heeft toegezien dat aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarde is voldaan, maar zich er ook, voordat hij de betrokken ad-hocsteun heeft toegekend, van heeft vergewist dat uit door de begunstigde opgestelde documentatie blijkt dat de steun zal leiden tot één of meer van het onderstaande:
a) een wezenlijke toename van de reikwijdte van het project of de activiteit als gevolg van de steun;
b) een wezenlijke toename, als gevolg van de steun, van het totale bedrag dat de begunstigde aan het project of de activiteit besteedt;
c) een wezenlijke toename van de snelheid waarmee het betrokken project of de betrokken activiteit wordt voltooid;
d) in het geval van ad-hocinvesteringssteun, dat, zonder de steun, het project niet als dusdanig in het betrokken plattelandsgebied zou zijn uitgevoerd of het voor de begunstigde in het betrokken plattelandsgebied onvoldoende winstgevend zou zijn geweest.
4. In afwijking van de leden 2 en 3 worden maatregelen in de vorm van belastingvoordelen geacht een stimulerend effect te hebben als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
a) de maatregel vestigt overeenkomstig objectieve criteria een aanspraak op steun zonder dat de lidstaat nog een beoordelingsbevoegdheid uitoefent, en
b) de maatregel is goedgekeurd en is in werking getreden voordat de werkzaamheden aan het project of de activiteit zijn begonnen, behalve in het geval van fiscale vervolgregelingen, waar de activiteit al onder de vroegere regelingen in de vorm van belastingvoordelen viel.
5. In afwijking van de leden 2, 3 en 4 hoeven de volgende categorieën steun geen stimulerend effect te hebben of worden zij geacht dat effect te hebben:
a) steunregelingen voor ruilverkaveling voor zover aan de voorwaarden van artikel 15 of artikel 43 is voldaan en:
i) de steunregeling overeenkomstig objectieve criteria recht geeft op steun zonder dat de lidstaat nog een beoordelingsbevoegdheid uitoefent, en
ii) de steunregeling goedgekeurd is en in werking is getreden voordat de begunstigde de in aanmerking komende kosten op grond van artikel 15 of artikel 43 heeft gemaakt;
b) steun voor afzetbevorderingsmaatregelen in de vorm van publicaties om landbouwproducten beter bekend te maken bij het brede publiek, mits aan de voorwaarden van artikel 24, lid 2, onder (b), is voldaan;
c) steun ter compensatie van verliezen als gevolg van ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, mits aan de voorwaarden van artikel 25 is voldaan;
d) steun ter compensatie van de kosten van de uitroeiing van dierziekten en plantenplagen en voor verliezen als gevolg van die dierziekten of plantenplagen, mits aan de voorwaarden van artikel 26, leden 9 en 10, is voldaan;
e) steun om de kosten van het afvoeren en vernietigen van gestorven dieren te dekken, mits aan de voorwaarden van artikel 27, lid 1, onder (c), (d) en (e), is voldaan;
f) steun voor investeringen voor de instandhouding van cultureel en natuurlijk erfgoed op landbouwbedrijven overeenkomstig artikel 29;
g) steun voor het herstel van de door natuurrampen veroorzaakte schade, mits aan de voorwaarden van artikel 30 is voldaan;
h) steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en de bosbouwsector, mits aan de voorwaarden van artikel 31 is voldaan;
i) steun voor het herstel van schade aan bossen als gevolg van branden, natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden, plantenplagen, dierziekten, rampzalige gebeurtenissen en aan de klimaatverandering gerelateerde gebeurtenissen overeenkomstig artikel 34, lid 5, onder (d), mits aan de voorwaarden van artikel 34 is voldaan.