Art. 8 Verordening (EU) nr. 702/2014, Cumulering

Verordening (EU) nr. 702/2014

1. Om te bepalen of de in artikel 4 vastgestelde aanmeldingsdrempels en de in hoofdstuk III vastgestelde maximale steunintensiteiten en maximale steunbedragen in acht worden genomen, wordt het totale bedrag aan staatssteun voor de gesteunde activiteit, het gesteunde project of de gesteunde onderneming in aanmerking genomen.

2. Wanneer centraal door de instellingen, agentschappen, gemeenschappelijke ondernemingen of andere instanties van de Unie beheerde Uniefinanciering die niet direct of indirect onder de controle van de lidstaten staat, wordt gecumuleerd met staatssteun, wordt alleen met deze laatste rekening gehouden om te bepalen of aanmeldingsdrempels en de maximale steunintensiteiten en -plafonds in acht worden genomen, mits het totale bedrag aan overheidsfinanciering dat voor dezelfde in aanmerking komende kosten wordt toegekend, het in de toepasselijke regels van het Unierecht vastgestelde gunstigste financieringspercentage niet overschrijdt.

3. Steun met identificeerbare in aanmerking komende kosten die krachtens deze verordening is vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag, mag worden gecumuleerd met:

a) andere staatssteun, zolang het bij die maatregel om andere identificeerbare in aanmerking komende kosten gaat;

b) andere staatssteun voor dezelfde, geheel of gedeeltelijk overlappende, in aanmerking komende kosten, mits die cumulering er niet toe leidt dat de hoogste steunintensiteit of het hoogste steunbedrag die/dat krachtens deze verordening voor deze steun geldt, wordt overschreden.

4. Steun voor niet-identificeerbare in aanmerking komende kosten die krachtens de artikelen 18 en 45 van deze verordening is vrijgesteld, mag worden gecumuleerd met andere staatssteun voor identificeerbare in aanmerking komende kosten.

Steun voor niet-identificeerbare in aanmerking komende kosten mag met andere staatssteun voor niet-identificeerbare in aanmerking komende kosten worden gecumuleerd tot de hoogste toepasselijke totale financieringsdrempel die voor de specifieke omstandigheden van elk geval door deze of een andere groepsvrijstellingsverordening of een besluit van de Commissie is vastgesteld.

5. Staatssteun die krachtens de afdelingen 1, 2 en 3 van hoofdstuk III van deze verordening is vrijgesteld, mag niet worden gecumuleerd met in artikel 81, lid 2, en artikel 82 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde betalingen voor dezelfde in aanmerking komende kosten als die cumulering ertoe zou leiden dat de steunintensiteit of het steunbedrag hoger uitkomt dan deze die in deze verordening zijn vastgesteld.

6. Krachtens deze verordening vrijgestelde staatssteun mag niet met de-minimissteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten worden gecumuleerd als die cumulering ertoe zou leiden dat de steunintensiteit of het steunbedrag hoger uitkomt dan deze die zijn vastgesteld in hoofdstuk III.

7. Investeringssteun voor het herstel van agrarisch productiepotentieel als bedoeld in artikel 14, lid 3, onder (e), mag niet worden gecumuleerd met steun ter compensatie van materiële schade als bedoeld in de artikelen 25, 26 en 30 van deze verordening.

8. Aanloopsteun voor producentengroeperingen en -organisaties in de landbouwsector, als bedoeld in artikel 19 van deze verordening, mag niet worden gecumuleerd met steun voor de oprichting van producentengroeperingen en -organisaties in de landbouwsector als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1305/2013.

Aanloopsteun voor jonge landbouwers en aanloopsteun voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 18 van deze verordening, mag niet worden gecumuleerd met aanloopsteun voor jonge landbouwers of de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 19, lid 1, onder (a), (i) en (iii), van Verordening (EU) nr. 1305/20013, als die cumulering zou leiden tot een steunbedrag dat hoger uitkomt dan deze die in deze verordening zijn vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen