Art. 1 Verordening (EU) nr. 702/2014, Toepassingsgebied
1. Deze verordening is van toepassing op de volgende categorieën steun:
a) steun ten behoeve van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (kmo's):
i) die actief zijn in de landbouwsector, met name de primaire landbouwproductie, de verwerking van landbouwproducten en de afzet van landbouwproducten, met uitzondering van de artikelen 14, 15, 16, 18 en 23 en de artikelen 25 tot en met 28, die alleen van toepassing zijn op kmo's die in de primaire landbouwproductie actief zijn;
ii) voor activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag vallen, voor zover dergelijke steun overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 wordt toegekend en hetzij uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) wordt gecofinancierd, hetzij in de vorm van aanvullende nationale financiering bij dergelijke gecofinancierde maatregelen wordt toegekend;
b) steun voor investeringen voor de instandhouding van cultureel en natuurlijk erfgoed op landbouwbedrijven;
c) steun voor het herstel van de schade als gevolg van natuurrampen in de landbouwsector;
d) steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en de bosbouwsector;
e) steun voor de bosbouw.
2. Indien de lidstaten dat passend vinden, kunnen zij ervoor kiezen om steun als bedoeld in lid 1, onder (a), lid 1, onder (d), en lid 1, onder (e), van dit artikel te verlenen volgens de voorwaarden van en in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 651/2014.
3. Deze verordening is niet van toepassing op steun voor:
a) de bosbouwsector die niet uit het Elfpo wordt gecofinancierd of in de vorm van aanvullende nationale financiering bij dergelijke gecofinancierde maatregelen wordt toegekend, met uitzondering van de artikelen 31, 38, 39 en 43;
b) kmo's, voor activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag vallen, als die steun niet uit het Elfpo wordt gecofinancierd of in de vorm van aanvullende nationale financiering bij dergelijke gecofinancierde maatregelen wordt toegekend.
4. Deze verordening is niet van toepassing op:
a) steunregelingen op grond van de artikelen 17, 32 en 33, artikel 34, lid 5, onder (a) tot en met (c), en de artikelen 35, 40, 41 en 44 van deze verordening indien het gemiddelde jaarlijkse budget aan staatssteun meer dan 150 miljoen EUR bedraagt, vanaf zes maanden na de inwerkingtreding ervan. De Commissie kan, nadat zij een beoordeling heeft gemaakt van het door de betrokken lidstaat binnen 20 werkdagen na de inwerkingtreding van de regeling bij de Commissie aangemelde evaluatieontwerp, besluiten dat deze verordening voor een langere periode op deze steunregelingen van toepassing blijft;
b) aanpassingen van de in lid 4, onder (a), van dit artikel bedoelde regelingen, met uitzondering van wijzigingen die geen invloed kunnen hebben op de verenigbaarheid van de steunregeling krachtens deze verordening of die de inhoud van het goedgekeurde evaluatieontwerp niet aanzienlijk kunnen veranderen;
c) steun voor activiteiten die verband houden met de uitvoer naar derde landen of lidstaten, namelijk rechtstreeks aan uitgevoerde hoeveelheden gekoppelde steun, steun voor de oprichting en exploitatie van een distributienet of steun voor andere lopende kosten in verband met exportactiviteiten;
d) steun die afhangt van het gebruik van binnenlandse producten in plaats van ingevoerde producten.
5. Met uitzondering van artikel 30 is deze verordening niet van toepassing op:
a) steunregelingen waarin niet uitdrukkelijk de betaling wordt uitgesloten van individuele steun voor ondernemingen ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;
b) ad-hocsteun voor ondernemingen ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.
6. Deze verordening is niet van toepassing op steun voor ondernemingen in moeilijkheden, met uitzondering van:
a) steun voor het herstel van door natuurrampen veroorzaakte schade overeenkomstig artikel 30, steun voor de kosten van de uitroeiing van dierziekten overeenkomstig artikel 26, lid 8, en steun voor het afvoeren en vernietigen van gestorven dieren overeenkomstig artikel 27, lid 1, onder (c), (d) en (e);
b) steun voor de volgende gebeurtenissen, op voorwaarde dat de onderneming een onderneming in moeilijkheden is geworden ten gevolge van verliezen of schade als gevolg van de gebeurtenis in kwestie:
i) steun ter compensatie van verliezen als gevolg van ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld overeenkomstig artikel 25;
ii) steun voor de kosten van de uitroeiing van plantenplagen en voor het herstel van schade als gevolg van dierziekten en plantenplagen overeenkomstig artikel 26, leden 8 en 9;
iii) steun voor het herstel van schade aan bossen als gevolg van branden, natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, andere ongunstige weersomstandigheden, plantenplagen, rampzalige gebeurtenissen en aan de klimaatverandering gerelateerde gebeurtenissen in overeenstemming met artikel 34, lid 5, onder (d).
7. Deze verordening is niet van toepassing op steun die, op zich, door de daaraan verbonden voorwaarden of de toegepaste financieringswijze tot een daaraan onlosmakelijk verbonden schending van het Unierecht leidt, met name:
a) steun waarbij aan de steunverlening de verplichting voor de begunstigde verbonden is om zijn hoofdkantoor in de betrokken lidstaat te hebben of om voornamelijk in die lidstaat te zijn gevestigd;
b) steun waarbij aan de steunverlening de verplichting voor de begunstigde is verbonden om binnenlands geproduceerde goederen of binnenlandse diensten te gebruiken;
c) steun die beperkingen stelt aan de mogelijkheden voor de begunstigden om de resultaten van onderzoek, ontwikkeling en innovatie in andere lidstaten te exploiteren.