Art. 6 Verordening (EU) nr. 652/2014, Subsidiabele maatregelen
1. Ingevolge de bevestiging dat een van de ingevolge artikel 7 in een lijst opgenomen dierziekten zich heeft voorgedaan, kunnen, tot de in artikel 5, leden 1 tot 3, vastgestelde maximumpercentages, aan lidstaten subsidies voor de genomen maatregelen worden toegekend, op voorwaarde dat de maatregelen onmiddellijk zijn toegepast en dat de toepasselijke bepalingen van het desbetreffende recht van de Unie zijn nageleefd. Dergelijke subsidies kunnen ook kosten omvatten die werden gemaakt ingevolge het zich vermoedelijk voordoen van zulke ziekte, mits het zich voordoen van de ziekte naderhand is bevestigd.
2. Na de bevestiging dat een van de ingevolge artikel 7 in een lijst opgenomen dierziekten zich voordoet, kunnen subsidies aan lidstaten worden toegekend als twee of meer lidstaten nauw samenwerken om de epidemie te bestrijden.
3. Wanneer de gezondheidsstatus van de Unie rechtstreeks in gevaar komt doordat een van de ingevolge artikel 7 of artikel 10 in een lijst opgenomen dierziekten en zoönosen zich voordoet of zich verspreidt op het grondgebied van een derde land of een lidstaat, kunnen subsidies voor beschermende maatregelen worden toegekend aan lidstaten, derde landen en internationale organisaties.
4. Wanneer de Commissie op verzoek van een lidstaat besluit dat lidstaten voorraden biologische producten moeten aanleggen voor de bestrijding van de ingevolge artikel 7 of artikel 10 in een lijst opgenomen dierziekten en zoönosen, kunnen subsidies aan lidstaten worden toegekend.
5. Wanneer het optreden of de verspreiding van een van de ingevolge artikel 7 of artikel 10 in een lijst opgenomen dierziekten en zoönosen in een derde land of in een lidstaat een bedreiging voor de Unie kan vormen, kan een financiële bijdrage van de Unie worden verleend voor het aanleggen van voorraden biologische producten of de aankoop van vaccindoses.