Art. 2 Verordening (EU) nr. 652/2014, Doelstellingen
1. De in artikel 1 bedoelde uitgaven zijn gericht op de verwezenlijking van:
a) de algemene doelstelling om in de hele voedselketen, alsook op aanverwante gebieden bij te dragen tot een hoog niveau van gezondheid voor mensen, dieren en planten, door ziekten en plaagorganismen te voorkomen en te bestrijden en door een hoog niveau van bescherming voor consumenten en van het milieu te waarborgen, terwijl tegelijkertijd het concurrentievermogen van de levensmiddelen- en diervoederindustrie van de Unie wordt versterkt en het scheppen van banen wordt bevorderd;
b) de volgende specifieke doelstellingen:
i) bijdragen tot een hoog niveau van veiligheid van levensmiddelen en voedselproductiesystemen, alsook van andere producten die van invloed kunnen zijn op de voedselveiligheid, terwijl tegelijkertijd de duurzaamheid van de voedselproductie wordt vergroot;
ii) bijdragen tot het realiseren van meer diergezondheid in de Unie en de verbetering van het dierenwelzijn ondersteunen;
iii) bijdragen tot de tijdige opsporing van plaagorganismen en hun uitroeiing in geval van insleep in de Unie;
iv) bijdragen tot een verbetering van de doeltreffendheid, doelmatigheid en betrouwbaarheid van officiële controles en andere activiteiten die worden uitgevoerd met het oog op de doeltreffende uitvoering en naleving van de in artikel 1 bedoelde regelgeving van de Unie.
2. De verwezenlijking van de in lid 1, onder b), vermelde specifieke doelstellingen wordt gemeten aan de hand van de volgende indicatoren:
a) voor de in lid 1, onder b), i), vermelde specifieke doelstelling: een afname van het aantal aan voedselveiligheid of zoönosen gerelateerde ziektegevallen bij mensen in de Unie;
b) voor de in lid 1, onder b), ii), vermelde specifieke doelstelling:
i) een toename van het aantal lidstaten of regio’s van lidstaten die vrij zijn van dierziekten in verband waarmee een financiële bijdrage wordt verleend;
ii) een algemene afname van ziekteparameters als incidentie, prevalentie en aantal uitbraken;
c) voor de in lid 1, onder b), iii), vermelde specifieke doelstelling:
i) de dekking van het grondgebied van de Unie met onderzoeken naar plaagorganismen, in het bijzonder plaagorganismen die voor zover bekend niet op het grondgebied van de Unie voorkomen en plaagorganismen die voor het grondgebied van de Unie het gevaarlijkst worden geacht;
ii) de tijd en het slagingspercentage voor de uitroeiing van die plaagorganismen;
d) voor de in lid 1, onder b), iv), vermelde specifieke doelstelling: een gunstige tendens in de resultaten van controles voor bijzondere gebieden van zorg, door deskundigen van de Commissie in de lidstaten uitgevoerd en gerapporteerd.