Art. 17 Verordening (EU) nr. 651/2014, Investeringssteun voor kmo's

Verordening (EU) nr. 651/2014

1. Investeringssteun ten behoeve van kmo's die binnen of buiten het grondgebied van de Unie actief zijn, is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits de in dit artikel en in hoofdstuk I vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.

2. De in aanmerking komende kosten zijn:

a) de kosten van investeringen in materiële en immateriële activa, en/of

b) de geraamde loonkosten voor rechtstreeks door het investeringsproject gecreëerde banen, berekend over een periode van twee jaar.

3. Om als in aanmerking komende kosten onder de toepassing van dit artikel te kunnen vallen, bestaat een investering in:

a) een investering in materiële en/of immateriële activa ten behoeve van de oprichting van een nieuwe vestiging, de uitbreiding van een bestaande vestiging, de diversificatie van de productie van een bestaande vestiging in nieuwe, bijkomende producten, of een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een bestaande vestiging, of

b) de overname van activa die behoren tot een vestiging, wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:

— de vestiging is gesloten of zou zijn gesloten indien zij niet was overgenomen;

— de activa worden aangekocht van derden zonder banden met de koper;

— de transactie vindt op marktvoorwaarden plaats.

Wanneer een lid van de familie van de oorspronkelijke eigenaar of een werknemer een kleine onderneming overneemt, vervalt de voorwaarde dat de activa worden verworven van derden zonder banden met de koper. De enkele verwerving van de aandelen van een onderneming vormt geen initiële investering.

4. De immateriële activa voldoen aan elk van de volgende voorwaarden:

a) zij worden uitsluitend in de steun ontvangende vestiging gebruikt;

b) zij worden als afschrijfbare activa beschouwd;

c) zij worden op marktvoorwaarden aangekocht van derden zonder banden met de koper, en

d) zij behoren ten minste drie jaar tot de activa van de onderneming.

5. Rechtstreeks door een investeringsproject geschapen werkgelegenheid voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) de werkgelegenheid komt binnen drie jaar na de voltooiing van de investering tot stand;

b) er is een nettotoename van het aantal werknemers in de betrokken vestiging, in vergelijking met het gemiddelde van de voorbije twaalf maanden;

c) deze werkgelegenheid blijft behouden gedurende ten minste drie jaar te rekenen vanaf het tijdstip dat de arbeidsplaats voor het eerst werd ingevuld.

6. De steunintensiteit bedraagt ten hoogste:

a) 20 % van de in aanmerking komende kosten in het geval van kleine ondernemingen;

b) 10 % van de in aanmerking komende kosten in het geval van middelgrote ondernemingen.