Art. 37 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014, Verplichtingen inzake blijvend weiland

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014

1. Wanneer blijkt dat het in artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1122/2009 bedoelde aandeel in 2014 op nationaal of op regionaal niveau is afgenomen, kan de betrokken lidstaat begunstigden die in 2015 in het kader van de regelingen inzake rechtstreekse betalingen steun aanvragen, verbieden blijvend weiland om te zetten zonder voorafgaande toestemming.

Wanneer blijkt dat dat aandeel in 2014 met meer dan 5 % is afgenomen, legt de betrokken lidstaat een dergelijk verbod zonder meer op.

Indien aan de in de eerste en de tweede alinea bedoelde toestemming de voorwaarde is verbonden dat een areaal blijvend weiland wordt aangelegd, wordt een dergelijk areaal in afwijking van de definitie in artikel 2, tweede alinea, punt 2, van Verordening (EG) nr. 1122/2009 vanaf de eerste dag van de omzetting als blijvend weiland beschouwd. Dat areaal wordt gedurende vijf opeenvolgende jaren na de datum van de omzetting voor de teelt van grassen of andere kruidachtige voedergewassen gebruikt.

2. Het in lid 1 bedoelde, aan begunstigden opgelegde verbod geldt niet voor gevallen waarin begunstigden blijvend weiland hebben aangelegd overeenkomstig de Verordeningen (EEG) nr. 2078/92 (22), (EG) nr. 1257/1999 (23) en (EG) nr. 1698/2005 van de Raad.

3. Wanneer blijkt dat de nakoming van de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1122/2009 neergelegde verplichting in 2014 niet kan worden gewaarborgd, legt de betrokken lidstaat, ter aanvulling van de overeenkomstig lid 1 van het onderhavige artikel genomen maatregelen, op nationaal of op regionaal niveau aan de begunstigden die in 2015 in het kader van een regeling inzake rechtstreekse betalingen steun aanvragen, de verplichting op om grond weer in blijvend weiland om te zetten.

De eerste alinea geldt alleen voor begunstigden die over grond beschikken die van blijvend weiland is omgezet in grond voor ander gebruik.

De eerste alinea geldt voor een areaal dat aldus was omgezet vanaf de begindatum van de periode van 24 maanden voorafgaande aan de meest recente datum waarop de verzamelaanvragen in de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1122/2009 uiterlijk moesten worden ingediend.

In een dergelijk geval zetten de landbouwers een percentage van dat areaal opnieuw in blijvend weiland om of leggen zij een daarmee overeenkomende oppervlakte blijvend weiland aan. Dit percentage wordt berekend op basis van de oppervlakte van het areaal dat de landbouwer in grond voor ander gebruik heeft omgezet, en de oppervlakte van het areaal dat nodig is om het evenwicht te herstellen.

Wanneer het betrokken areaal echter is overgedragen nadat het in grond voor ander gebruik was omgezet, geldt de eerste alinea slechts indien de overdracht na 6 mei 2004 heeft plaatsgevonden.

In afwijking van artikel 2, tweede alinea, punt 2, van Verordening (EG) nr. 1122/2009 worden arealen die weer in blijvend weiland worden omgezet of waarop blijvend weiland wordt aangelegd, vanaf de eerste dag van de heromzetting of aanleg als blijvend weiland beschouwd. Dergelijke arealen worden gedurende vijf opeenvolgende jaren na de datum van de omzetting voor de teelt van grassen of andere kruidachtige voedergewassen gebruikt.

4. De leden 1 en 3 gelden alleen in 2015.

5. De lidstaten verrichten in 2015 en 2016 controles op de naleving van de leden 1 en 3.