Art. 36 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014, Schorsing van de bijstand

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014

Het betaalorgaan kan de bijstand voor bepaalde uitgaven schorsen bij de constatering van een niet-naleving die tot een administratieve sanctie leidt. De schorsing wordt door het betaalorgaan opgeheven zodra de begunstigde ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond de situatie is gecorrigeerd. De schorsingsperiode bedraagt ten hoogste drie maanden. De lidstaten kunnen, afhankelijk van de soort concrete actie en de effecten van de niet-naleving in kwestie, ook een kortere maximumperiode vaststellen.

Het betaalorgaan kan de bijstand alleen schorsen wanneer de verwezenlijking van het algehele doel van de concrete actie in kwestie ondanks de niet-naleving niet in het gedrang komt en indien aangenomen wordt dat de begunstigde de situatie binnen de vastgestelde maximumperiode kan corrigeren.