Art. 55 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014, Criteria voor goedkeuring door de Commissie

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014

1. Voor de toepassing van artikel 55, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 is sprake van een gebrek aan alternatieven, indien:

a) in de beoogde regio of sector geen andere teelt kan worden toegepast dan die waarvoor de gekoppelde steunmaatregel geldt, of de voortzetting van de betrokken teelt aanzienlijke veranderingen in de productiestructuren vergt, of

b) de mogelijkheid tot overschakeling naar een andere teelt ernstig wordt beperkt vanwege een gebrek aan voor die teelt geschikte grond of infrastructuur, vanwege een opeenvolgende forse daling van het aantal bedrijven, vanwege de met de overschakeling gepaard gaande investeringen of om vergelijkbare redenen.

2. Voor de toepassing van artikel 55, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 moet voor een stabiele voorziening van de lokale verwerkende industrie worden gezorgd indien wordt verwacht dat een opschorting of daling van de productie in de beoogde regio of sector een negatieve invloed zal hebben op de activiteit en de economische levensvatbaarheid daarvan of op de werkgelegenheid in de ondernemingen verderop in de keten die grotendeels op deze productie zijn aangewezen, zoals verwerkers van grondstoffen, slachthuizen of levensmiddelenbedrijven. Dergelijke ondernemingen die verderop in de keten actief zijn, moeten in de betrokken regio gevestigd zijn of moeten voor de voortzetting van hun activiteit sterk afhankelijk zijn van de sector.

3. Voor de toepassing van artikel 55, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 is sprake van voortdurende verstoringen op de desbetreffende markt indien landbouwers in de beoogde regio of sector economische verliezen lijden, met name vanwege verontreiniging, besmetting of degradatie van de kwaliteit van het milieu als gevolg van een specifieke gebeurtenis met een beperkte geografische uitwerking.

4. Bij de beoordeling van het niveau van de gekoppelde steun dat voortvloeit uit de door de lidstaten voor goedkeuring gemelde maatregelen, houdt de Commissie rekening met het niveau van de gekoppelde rechtstreekse betalingen die zijn toegekend tijdens ten minste een jaar van de referentieperiode 2010-2014 als bedoeld in artikel 53, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013.

Vorige artikelen

Volgende artikelen