Art. 52 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014, Algemene beginselen

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014

1. De lidstaten stellen de in artikel 52, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde regio’s vast op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals de agronomische en sociaaleconomische kenmerken en het regionale agrarische potentieel, of de institutionele of administratieve structuur. Dit mogen andere regio’s zijn dan die welke zijn vastgesteld in het kader van andere in Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde steunregelingen.

2. Bij de vaststelling van de specifieke soorten landbouw of de specifieke landbouwsectoren als bedoeld in artikel 52, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 houden de lidstaten met name rekening met de ter zake relevante productiestructuren en -voorwaarden in de betrokken regio of sector.

3. Voor de toepassing van artikel 52, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 wordt ervan uitgegaan dat bepaalde soorten landbouw of specifieke landbouwsectoren „moeilijkheden” ondervinden indien een kans op stopzetting van de productie of op een achteruitgang van de productie bestaat die onder meer is terug te voeren op een geringe rentabiliteit van de verrichte activiteit die het economische, sociale of ecologische evenwicht in de betrokken regio of sector negatief beïnvloedt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen