Art. 53, Voorwaarden voor de steunverlening

1. De lidstaten stellen subsidiabiliteitscriteria voor gekoppelde steunmaatregelen vast overeenkomstig het kader van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en de voorwaarden van de onderhavige verordening.

2. De in artikel 52, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde arealen, opbrengsten en aantallen dieren worden door de lidstaten op regionaal of sectoraal niveau vastgesteld. Deze waarden weerspiegelen de maximale opbrengsten, de teeltarealen of de aantallen dieren die in de beoogde regio’s of sectoren zijn bereikt in ten minste een van de vijf jaren die voorafgaan aan het in artikel 53, lid 1, van die verordening bedoelde besluit.

De jaarlijkse betaling wordt uitgedrukt als het steunbedrag per eenheid. De jaarlijkse betaling is het resultaat van de verhouding tussen het overeenkomstig bijlage I, punt 3, i), bij de onderhavige verordening gemelde bedrag dat is vastgesteld voor de financiering van de maatregel en hetzij het in het betrokken jaar subsidiabele areaal of aantal dieren, hetzij het vastgestelde areaal of aantal dieren als bedoeld in de eerste alinea van dit lid.

3. Wanneer de gekoppelde steunmaatregel betrekking heeft op de oliehoudende zaden als genoemd in de bijlage bij het memorandum van overeenstemming betreffende oliehoudende zaden tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika in het kader van de GATT mag het totaal van de te steunen maximumarealen, zoals gemeld door de lidstaten, niet hoger zijn dan een maximumareaal op het niveau van de Unie, zulks met het oog op de nakoming van haar internationale verbintenissen.

Wanneer het in de eerste alinea bedoelde maximumareaal wordt overschreden, passen de betrokken lidstaten het gemelde areaal aan door een verlagingscoëfficiënt toe te passen die voortvloeit uit de verhouding tussen het maximumareaal en het totaal van de arealen die voor steun ten bate van de in de eerste alinea bedoelde oliehoudende zaden zijn gemeld.

De Commissie stelt de in de tweede alinea bedoelde verlagingscoëfficiënt vast middels uitvoeringshandelingen die worden vastgesteld zonder toepassing van de in artikel 71, lid 2 of lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde procedure.

4. Wanneer de gekoppelde steunmaatregel betrekking heeft op runderen en/of schapen en geiten, stellen de lidstaten als een van de subsidiabiliteitsvoorwaarden vast dat de eisen inzake identificatie en registratie van dieren waarin respectievelijk Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad (25) en Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad (26) voorzien, in acht moeten worden genomen.

5. De lidstaten kunnen geen areaalgebonden gekoppelde steun verlenen voor arealen die geen subsidiabele arealen in de zin van artikel 32, lid 2, lid 3 of lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 zijn. Wanneer lidstaten gekoppelde steun voor hennep verlenen, is de in artikel 32, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en in artikel 9 van de onderhavige bedoelde voorwaarde van toepassing.

Uitspraken die dit artikel aanhalen