Art. 71 GTM-kaderverordening, Beoordeling van de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden
Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)
1. Het feit of er bijzondere omstandigheden bestaan die rechtvaardigen dat een entiteit als minder belangrijk ingedeeld wordt, terwijl die entiteit normaliter als belangrijk ingedeeld wordt, wordt bepaald per individueel geval en specifiek ten aanzien van de betreffende onder toezicht staande entiteit of onder toezicht staande groep, maar niet ten aanzien van categorieën onder toezicht staande entiteiten.
2. Artikel 40 is van overeenkomstige toepassing.
3. Artikel 44 tot en met 46 en artikel 48 en artikel 49 zijn van overeenkomstige toepassing. De ECB dient in een ECB-besluit de redenen te vermelden die ten grondslag liggen aan haar conclusie dat er sprake is van bijzondere omstandigheden.